Generatie III van de genealogie van Rijswijk
III - 1
(kind van II-1)
Jan Jansz. van Rijswijck, geb. ca. 1442/1450, ambachtsheer van Rijswijk, overl. ca. 1500/1501
tr. NN.
Hieruit bekend:
- Adriaen van Rijswijck, geb. ca.1465/1475 vermoedelijk geen nakomelingen.
- Gerrit van Rijswijck, geb. ca. 1465/1475, volgt IV-1.
- Elisabeth van Rijswijck, geb. ca. 1465/1475, volgt IV-2.
- Anna van Rijswijck, geb. 1465/1475. Zij woonde te Waspik en na 1533 in Gorinchem.
- Cornelis van Rijswijck, geb. ca. 1480.
Bronnen:
- Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7319, Leenboek van der Lek en Polanen, fol. 24 e.v., , 27-1 en 4-6-1472: Hierin twee aktes. In die van 27 januari transporteert Jan van Wel Adriaensz. de leengoederen die hij houdt van jonker Johan van Nassau in het Land van Altena ten behoeve van Jan van Rijswijck en zijn nog minderjarige broer Joost van Rijswijck Jansz. met lijftocht voor zijn vrouw jonkv. Adriana. Dit gebeurt voor Joost van Weyborch als mansman en Dirck Hermansz. als leenman.
In de akte van 4 juni wordt het transport bevestigd door jonker Johan van Nassau. Jan van Wel wordt zwager genoemd van Jan van Rijswijck. Ook wordt nu duidelijk dat het om 7 morgen en nog 4½ morgen en 1 hond land gaat in Uitwijk.
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol. 39, 1485: Jan Jansz. van Rijswijck wordt beleend met het huis en gerecht van Rijswijk na het overlijden van zijn vader Jan Glimmersz. van Rijswijck.
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol. 39, 12-11-1501: Adriaen Jansz. van Rijswijck wordt beleend met het huis en gerecht van Rijswijk na het overlijden van zijn vader Jan Jansz. van Rijswijck.
- Waterschap Oudland van Altena, Dijkboek inv. 25 fol. 58v, 1500/1514: "Sinte Stevens altaar tot Rijswijc, Adriaen van Rijswijck Jansz. met sijn suster tot Waspeeck. VII mg. waarvan III mg. nieu lant".
- Gorinchem R61, fol. 21, 9-3-1534: Joncfr. Anna Jan van Rijswijck dochter maeckt machtich heer Peter Schilders priester ende cappellaen tot Drunen omme horen goeden soe waer die gelegen sijn te regeren, hoor schulden, renten ende pachten in te manen, op te boren ende te ontfangen.
- Gorinchem R63, fol. 92v, 23-9-1537: Joncfr. Anna Jansdr. van Rijswijck maakt machtig Joost van Rijswijck haar neef, onze mede schepen, toonder van deze (brief) om van harentwege te verkopen alzulke goederen als zij comparante liggende heeft in de heerlijkheid van Loon. In forma communis.
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol. 39v, 24-1-1543: Op deze datum wordt Cornelis Jansz. van Rijswijck beleend met de ambachtsheerlijkheid van Rijswijk. De belening gaat uiteindelijk echter niet door. Blijkbaar is zijn neef Sweer Gerritsz. van Rijswijck toch de echte leenvolger, want drie dagen later wordt deze met dit leen beleend. Zie aldaar.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 13 fol. 82, 24 en 27-1-1543: Binnen drie dagen worden zowel Cornelis Jansz. als Sweer Gerritsz. beleend met de ambachtsheerlijkheid van Rijswijk.
III - 2
(kind van II-1)
Otto Jansz. van Rijswijck, geb. ca. 1430/1440, overl. 1512/1513, volgens grafsteen in de Ned. Hervormde Kerk te Veen 1514, tr. Janna Claesdr. van Heeswijk, geb. ca. 1450/1460
Hieruit bekend:
- Jan van Rijswijck, geb. ca. 1486/1487, volgt IV-3.
Bronnen:
- Nationaal Archief, Heren van Altena, inv. 68 fol.36, 14-7-1471: Otto Jan Glimmersz. van Rijswijck wordt genoemd in een vererving van een gezaat in Rijswijk.
- Grafsteen in de Ned.Herv.kerk van Veen: Anno 1514 sterf Ott van Rijswijck en joffr. Jan van Heeswijk zijn huisvr.
- Kapittel van Heusden, inv. 4 reg. 163, 210 en 233: 1475, 1492 en 1506, Zegelaar: Otte van Rijswijck Janssoen als leenheer
- Kapittel van Heusden inv. 4 nr. 163, 6-11-1475: Tiende in de Kyvitsen en Uitbeemden onder Veen, leenroerig aan het geslacht van Rijswijck. Otto van Rijswijck Jansz. als man van Janna Claesdr. van Heeswijck, beleent Godevaert van Zuydtoert met 5 morgen tienden onder Veen in de Uijtbeemden en 8 morgen tienden aldaar in Kyevitsveen. Adriaen van Rijswijck wordt genoemd als baljuw van het land van Altena.
- Kapittel van Heusden inv. 4 nr. 210, 22-6-1492: Tiende in de Kyvitsen en Uitbeemden onder Veen, leenroerig aan het geslacht van Rijswijck, daarvoor het geslacht van Heeswijk toebehorende. Otto van Rijswijck Jansz. als man en kerkvoogd van Janna Claesdr. van Heeswijk, beleent na opdracht van Godert van Zuydoort zoon van Cornelis van Zuydoort deken en kapittel van de st. Katharinenkerk in Heusden met 5 morgen tienden onder Veen in de Uijtbeemden en 8 morgen tienden aldaar in Kyevitsveen waarvoor Jan Gheryt Rutgherszoon de leeneed doet.
- Kapittel van Heusden inv. 4 nr. 233, 12-4-1506: Ick Otto van Rijswijck Jansoon wettachtige man ende kerkvoogd Joffr Jan Claesdochter
van Heeswijck, mijnder huijsvrouw doe kondt allen luijden alsoo ick tot
anderen tijdig verleent ende verlijt hebbe van mij ende mijnen nacomelingen
den deken vant Capittel van Sint Catherijns Kerk binnen Heusden voor haer ende
heuren nacomelingen een tiend gelegen tot Veen. (wegens overlijden van Jan Gherit Rutgherszoon de Bye. Peter van Gent Willemsz. doet de eed.)
III - 3
(kind van II-1)
Elisabeth van Rijswijck, geb. ca. 1440, tr. met Balthasar van Ghoor, zoon van Willem van Ghoor en Christina van Giessen.
Hieruit bekend:
- Jan van Ghoor, geb. 1460/1470
- Elisabeth van Ghoor, geb. 1460/1470
Bronnen:
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 13 fol. 41v en 45, 20-10-1465: Twee aktes van dezelfde datum met daarin de verdeling van leengoederen binnen de familie van Ghoor. In de eerste is Jan van Rijswijck getuige en in de tweede krijgt Balthasar van Ghoor een goed genaamd "Inschiet" bij overdracht door zijn vader met lijftocht voor Elisabeth van Rijswijck zijn vrouw.
III - 4
(kind van II-1)
Adriana van Rijswijck, geb. ca. 1430/1440, tr. met Jan van Well, overl. in 1472, zoon van Adriaen van Well en NN.
III - 5
(kind van II-1)
Joost Jansz. van Rijswijck, geb. ca. 1440/1447, overl. voor 10-6-1509, tr. NN.
Hieruit bekend:
- Joost van Rijswijck, geb. ca. 1485, volgt IV-4.
Bronnen:
- Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7318 fol. 65, inv. 7319 fol. 24 en 26 betreffen de verervingen van 9 morgen en 1 hond land die Willem van Rijswijck Jansz. placht te houden nl. 4 morgen genaamd de Gheer, 2 morgen op de Eng, 11 hond tussen Rijswijk en Uitwijk.
- 1395: Jan van Rijswijck Willemsz.
- 4-12-1404: Vernieuwde eed. De 2 morgen op de Eng worden vervangen door 3½ morgen vrij eigen goed.
- 20-7-1462: Jan van Welle Adriaensz. na zijn vader.
- 4-6-1472: Jan van Rijswijck en zijn minderjarige broer Joost van Rijswijck Jansz. na opdracht door hun zwager Jan van Wel Adriaensz. (zie inv. 7319 hieronder)
- 10-6-1509: Joost van Rijswijck Joostenzoon na dode van zijn vader Joost van Rijswijck. (zie inv. 7320 hieronder)
- Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7319, Leenboek van der Lek en Polanen, fol. 24 e.v., , 27-1 en 4-6-1472: Hierin twee aktes. In die van 27 januari transporteert Jan van Wel Adriaensz. de leengoederen die hij houdt van jonker Johan van Nassau in het Land van Altena ten behoeve van Jan van Rijswijck en zijn nog minderjarige broer Joost van Rijswijck Jansz. met lijftocht voor zijn vrouw jonkv. Adriana. Dit gebeurt voor Joost van Weyborch als mansman en Dirck Hermansz. als leenman.
In de akte van 4 juni wordt het transport bevestigd door jonker Johan van Nassau. Jan van Wel wordt zwager genoemd van Jan van Rijswijck. Ook wordt nu duidelijk dat het om 7 morgen en nog 4½ morgen en 1 hond land gaat in Uitwijk.
- Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7320, Leenboek van der Lek en Polanen, fol. 64, 10-6-1509:" .... ende verlijen ende belenen met desen onsen brieve Joost van Rijswijck Joostenzoon ......denselven Joost aengecomen ende bestorven bij dode van Joost van Rijswijck sijnen vader te houden van ons ende van onsen erven Joost van Rijswijck voorsz. ende sijnen erven" etc.
- Waterschap Oudland van Altena, Dijkboek inv. 25 fol. 57 e.v., vòòr 1514: Onder de eigenaren van land op het slag van Rijswijck staan bij elkaar: Ghelimer van Rijswijck (4x), Adriaen van Rijswijck met zijn moeder, Ot van Rijswijck, Adriaen van Rijswijck Adriaensz.(2x), Peter van Gendt (man van Elisabeth van Rijswijck), Gherit van Rijswijck, Adriaen van Rijswijck Jansz (4x) met zijn zuster tot Waspik en Joost van Rijswijck. Ook wordt genoemd Jan van Rijswijck met Gherit van Rijswijck als de opvolgende bezitter van land in de Werken (fol. 26).
Zeer verwarrend is het voorkomen in de bronnen van nog een Joost van Rijswijck Jansz. die ook genoemd wordt "Jan Mallantz." of "van Malland". Deze Joost van Rijswijck Jansz. komt in de bronnen voor tot 1532 en hij kan dus niet dezelfde zijn als III-5. Van deze Joost weten we dat hij leenman was in de heerlijkheid Eethen en Meeuwen en er later stadhouder van de lenen was en rechter. Ook had hij een broer die Joost van Gamert heette. Ik vermoed daarom dat hun vader Jan van Malland Jansz. tweemaal gehuwd is geweest. Eerst met Agatha van Gemert en later met een van Rijswijck. Bij beide vrouwen zou hij dan hij een zoon verwekt hebben die Joost werd genoemd, waarna beiden door het leven gingen met de naam van hun moeder.
Bronnen bij deze Joost van Rijswijck Jansz. ook genaamd Mallants:
- Klooster Catharinaberg te Oisterwijk inv. 1, 1-2-1492: In een transport waarbij is betrokken Mechteld, weduwe van Jan van Eethen, ondertekent namens haar "Joost van Rijswijck die men heijt Jan Mallantz s".
- 's-Hertogenbosch R1264 fol. 177v, 14-7-1494: Mallandus dictus Mallant van Rijswijck dedit Johannes die Wolff filius quondam Nicolaes potestatem ---- usque ad revocationem utroque in forme --.
- Heerlijkheid Eethen en Meeuwen inv. 41 fol. 3, 1505: Joost van Rijswijk Jansz. komt voor de eerste maal voor als leenman in het leenboek van de heerlijkheid Eethen en Meeuwen.
- Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7318, Leenboek van der Lek en Polanen, fol. 31-32, 31-10-1507: Overdracht van een blok tienden te Eethen op de Korte Bruckaert door Joost van Rijswijck Jansz. aan Jan Jansz. voor heer Joost van Gamert, priester, pastoor van Heerjansdam.
- Heerlijkheid Eethen en Meeuwen inv. 41 fol. 4v, 1510: Joost van Rijswijk Jansz. komt voor de eerste maal voor als stadhouder van de lenen van de heerlijkheid Eethen en Meeuwen. Zoals hier te zien is, is hij opvolger van Adriaen van Rijswijck. Zie generatie IV-6.
- Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7320, Leenboek van der Lek en Polanen, fol. 67, 8-4-1511: Het bovenstaand blok tienden van 31-10-1507 vervalt weer aan Joost van Rijswijck Jansz. na het overlijden van zijn broer heer Joost van Gamert, priester.
- Heerlijkheid Eethen en Meeuwen inv. 41 fol. 5v, 1515/1518: Tot en met 1522 blijft Joost van Rijswijk Jansz. stadhouder van de lenen van de heerlijkheid Eethen en Meeuwen. Daarna komt hij hog een aantal malen voor als leenman. Het laatst wordt hij genoemd in 1532, maar dan is er alleen sprake van een belending: "Joost van Rijswijck erve".
- Klooster Het Hollandse Huis bij Geertruidenberg, reg.1310, 4-3-1524: Joest van Rijswijck Janssoen, rechter van Meeuwen, en Jan Hermanssoen oorkonden dat ze in het geschil tussen broeder Adriaan, gemachtigde van de kartuizers, en Jan Gielissoen over de waarde van een gouden kroon de uitspraak gedaan hebben dat de waarde voortaan 28 stuiver bedraagt.
- Heusden R313 fol. 29, 18-10-1525: "Ick Joost van Rijswijck Jansoon, rechter in den gerichte van Eethen daer over gestaen het van rechtswegen" etc. In dit protocol van Heusden over het jaar 1578 staat een overgeschreven acte uit 1525 waarin Joost van Rijswijck Jansz. optreedt als rechter bij een transport van land op de Lange en de Korte Bruckaert te Eethen.
- Heerlijkheid Eethen en Meeuwen inv. 41 fol. 6v, 1529: Joost van Rijswijck Jansz. draagt 6 morgen land met 2 "geseten metter timmeringe daar op staende" gelegen in de ban van Eethen en nog 2 morgen in dezelve ban over aan Jan Millinck Jansz.
Met dit goed was in 1472 beleend geweest Jan van Malland Jansz. Hoe het in bezit is gekomen van Joost van Rijswijck Jansz. is helaas niet bekend, evenmin als het hierna volgende.
Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7318 fol. 8v en inv. 7320, fol. 191v betreffende de verervingen van 3 morgen land in Eethen.
- 26-5-1461: Jan van Malland Jansz. bij dode van Maria zijn moeder met lijftocht van Agatha, dochter van Hessel van Gemert zijn vrouw.
- 5-1-1530: Jan Millinc bij overdracht door Joost van Rijswijck van Malland.
III - 6
(kind van II-1)
Glimmer van Rijswijck, geb. 1440/1450, overl. voor 22-3-1524, tr. Margriet van Haeften, dochter van Gijsbert van Haeften en Ermgard van Cuijck van Meteren.
Kinderen:
- Gijsbert van Rijswijck, geb. 1470/1480, volgt IV-5.
- Adriana van Rijswijck, geb. 1470/1480, volgt IV-6.
- Jan van Rijswijck, geb. 1470/1480, volgt IV-7.
- Glimmer van Rijswijck, geb. 1470/1480
Bronnen:
- Nederlandse Leeuw jrg. 1930 kolom 175.
- Boxtel R57 fol. 18, 9-11-1494: "Zeger Woutersz. van Emmikhoven geeft Glimmer van Rijswijck procuratie om al zijn belangen te behartigen bij het beheren van zijn zaken, goederen, pachten en schulden in het Land van Altena, speciaal die zaken tegen Lambert van Rietbeeck.
- Waterschap Oudland van Altena, Dijkboek inv. 27 fol. 42v, 1510 en 1546: Van de 18 morgen land die Glimmer van Rijswijck in 1510 bezat is in 1546 8 morgen in handen van de erfgenamen van Gijsbert van Rijswijck.
- Dijkboeken van Altena inv. 25 (voor 1510) en inv. 27 (1546-1548). In de ban van Rijswijk:
- (1510) Ghilmer van Rijswijck XVIII mergen, nuck (=1546) Gijsbrecht van Rijswijck erfg. VIII mergen, Jan van Rijswijck den oudens erfg. vijf mergen, Dyrck Aertssen II½ mergen, Aert Peter Dyrcxsen II½ mergen.
- Dijkboeken van Altena inv. 25 (voor 1510) en inv. 27 (1546-1548). In de ban van Rijswijk:
- (1510) Glimmer van Rijswijck XIII 1/2 mergen, daer van III 1/2 mergen out lant,
nuck (1548) Glimmer van Rijswijck erfg. III 1/2 mergen out lant, Dyrck Aertssen II 1/2 mergen, Peter Dyrcxssen II 1/2 mergen en Jan van Rijswijck erfg. den ouden vijf mergen
- 's-Hertogenbosch R1302 fol. 198, 10-5-1524: Hendrikus, zoon van wijlen Hendrikus zoon van Godefridus van Hedel en jonkvrouw zijn huisvrouw, dochter wijlen Glombardi gezegd Gelumer van Rijswijck .......
- 's-Hertogenbosch R1329 fol. 121v, 17-10-1538: "Domicella Adriana filia quondam Glomari de Rijswijck, relicta quondam Henrici Goyaert de Hedel cum tutore vendidit ad opus Franciscus de Rijswijck filius Johannes censum nove florenorum carolus guldens etc"...
III - 7
(kind van II-1)
Arnoud Jan Glimmersz. van Rijswijck geb. ca. 1445/1455, overl. voor 12-4-1504, tr. met Elisabeth van Brakel.
Hieruit bekend:
- Jan van Rijswijck, geb. ca. 1470/1480, volgt IV-8.
- Adriana van Rijswijck, geb. ca. 1470/1480, volgt IV-9.
Bronnen:
- Nederlandse Leeuw jaargang 1930 kolom 175.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 13 fol. 46, 1456 (?) en 8-5-1482: Transport. Willem van Midtvelt draagt aan Aernt Jan Glimmersz. van Rijswijck een huis en gezaat gelegen binnen de poorten van Woudrichem over. In 1482 verkocht aan Robbert Fave
- 's-Hertogenbosch R1283 fol. 284, 9-9-1513: "Johannes de Rijswijck filius quondam Arnoldi de Rijswijck dictus Glommerers tamquam maritus et tutor legitimus domicella Geertrudis sua uxore.."etc. Jan zoon van wijlen Arnold van Rijswijck gezegd Glimmer als man en wettig momber van jonkvr. Geertrui Monicx, dochter van Willem Monicx, erfgenaam, heeft verkocht aan Yewaan van den Hoevel, zoon van wijlen Govert van den Hoevel een erfelijke cijns van 10½ guldens van 20 stuivers per stuk van een goede waarde, een andere waarde in een jaarlijke cijns van goudguldens van 21 stuivers per stuk genaamd dubbele vuurijzers enz.
III - 8
(kind van II-2)
Anna Dircksd. van Rijswijck, geb. ca. 1430/1435, overl. ca. 1481/1482, tr. Willem van Wijck, heer van Onsenoord.
Uit hun huwelijk bekend:
- Bartruijt ook Bartrade Willemsd. van Wijck, geb. ca. 1460/1480, overl. ca. 1528/1529, zij tr. Willem van Haastrecht, heer van Drunen en Gansoijen, waarmede hij beleend werd 26-8-1473, overl. voor 20-11-1501.
Kind:
- Willem van Haastrecht
Bronnen:
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol.31, 1460: Willem van Wijk voor Anna van Rijswijk dochter van Dirk Glimmersz.
- Kapittel van Heusden inv. 1 fol. 193, 31-8-1533: Missa feria terza in altari Scte Ane. Joffrouwe Bertrout van Wijck, weduwe wijlen Joncker Willem van Haastrecht heere tot Drunen schenkt het kapittel van Heusden een rente van 5 Rijnse guldens op een uiterwaard te Rijswijk tegen een wekelijkse mis te houden voor het altaar van Sint Anna elke dinsdag om 10 uur voor het luiden van de klokken.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 13 fol. 71, 18-10-1535: Meester Adriaan van Rijswijck Willemszoon ontvangt als procuratie hebbend van Willem van Haastrecht 5 morgen land in Rijswijk. Deze onmondige Willem van Haastrecht en meester Adriaan van Rijswijck waren achterneven van elkaar
- Ned. Leeuw, 1966, kolom 357
III - 9
(kind van II-2)
Adriaen Dircksz. van Rijswijck, baljuw van Altena, geb. ca. 1430/1435, tr.NN.
Hieruit bekend:
- Adriaen van Rijswijck, geb. ca. 1458/1460, volgt IV-10.
- Willem van Rijswijck, geb. ca. 1455/1470, volgt IV-11.
Bronnen:
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol.30, 1440: Heeft Adriaen Dirc Ghijlmersz. van Rijswijck na de dood van zijn vader en met consent van zijn moeder joffr. Elizabeth des voorsz. Gherijts Jan van Rijswijcksz. Jan Willemsz. doghter
het voorsz. gesaet met de 2 morgen land en de 10 morgen land ontvangen.
- Archief van het Kapittel van Heusden, inv. 4 reg. 163, Zegel, 5-11-1475: van Adriaen van Rijswijck als baljuw van het Land van Altena