Generatie VI van de genealogie van Rijswijk
VI - 1
(kind van V-1)
Floris ook Floorke Sweersd. van Rijswijck, geb. ca. 1520/1530, overl. ca. 1559/1560,
tr. ca. 1540/1545 met Jan Reywaertz. van Clootwijck de jonge, geb. ca. 1510/1520, ambachtsheer van Rijswijk, overl. ca. 1562/1563. Zoon van Reywaert Jansz. van Clootwijck en Elisabeth Jansd. van Emmickhoven.
Kinderen zover bekend:
- Cornelis Jansz. van Clootwijck, geb. ca. 1540/1550,
overl. na 27-3-1577
- Assuerus (Sweer) Jansz. van Clootwijck, geb. ca. 1540/1550,
overl. na 26-11-1593.
- Maricken Jansd. van Clootwijck, geb. ca. 1540/1550
Bron:
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 68 fol.40v, 3-10-1554: Jan van Clootwijck Reijmersz. voor Floris, dochter van Zweder van Rijswijck, zijn vrouw, bij dode van Cornelis haar broer,
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, inv. 69 fol. 28, 3-10-1554: Jan van Clootwijck Reijnertsz. wordt beleend met het huis en gerecht van Rijswijk voor Floris van Rijswijck Sweersd. zijn vrouw.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 12 fol. 19v, 3-10-1554: "........ dat gecomen is Jan van Clootwijck Reijnauts soon als man ende kerckvoocht van Floris Sweers Dochter van Rijswijck ende dat naa doode Cornelis Zweers van Rijswijk haar vader ende heeft versoght ende ontfangen die ambachts Heerlijkcheijt van Rijswijck" etc.
- Heusden R747 nr. 141, 27-3-1577: Rekening en bewijs mijns Jan van Clootwijck Reymerts als oom van de nagelaten weeskinderen wijlen Jan van Clootwijck, ambachtsheer tot Rijswijk, zaliger, lopend van 11-11-1573 t/m 25-3-1577. In deze akte de ontvangsten en uitgaven. Aan het eind van de akte wordt voornoemde van Clootwijck genoemd voogd van de weeskinderen van zal. Jan van Clootwijck, sijnen broeder. De weeskinderen zijn haeren oom nog schuldig 83 gulden. Deze rekening is geschied inde presentie van Jan Huijberts v.d. Heuvel, Adriaen Willems, Cornelis van Clootwijck, Pauwel Danckaerts etc. (v.d.Heuvel was gehuwd met Maricken van Clootwijck).
VI - 2
(kind van V-2)
Cornelis Jansz. van Rijswijck, rentmeester van Altena, secretaris van Woudrichem, geb. 1524 (hij was in 1559 35 jaar), tr. 1550/1555 met Margaretha van Valcken ook van der Valck, dochter van Gijsbrecht van Valcken, drost van Leerdam en Maria Jacobsdr. Quekel.
Geen nakomelingen van dit echtpaar gevonden.
Bronnen:
- De verervingen van een halve hoeve aan de Werken groot 32 morgen:
- 16-4-1533: Gillis Schellart bij overdracht door Hugo Quekel Jacobsz., Heren van Altena inv. 68 fol. 77.
- 7-1533: Gijsbert van der Valk bij overdracht door Gillis Schellart, Heren van Altena inv. 68 fol. 77v.
- 24-7-1555: Cornelis van Beveren Pietersz. voor Margaretha, dochter van Gijsbert van der Valk, bij dode van haar vader, Heren van Altena inv. 68 fol. 78, inv. 70 fol. 80.
- 20-9-1555: Cornelis van Rijswijk voor Margaretha, zijn vrouw, Heren van Altena inv. 68 fol. 78.
- 1-2-1564: Belast voor Adriaan van der Hoeven met f1300.- karolus door Cornelis van Rijswijk, gehuwd met Margaretha van der Valk, om de tol van Woudrichem van erven Matthijs van Losen te lossen, Heren van Altena inv. 70 fol. 84.
- 31-8-1565: Adriaan van der Hoeven is gelost, Heren van Altena inv. 70 fol. 84v.
- 23-6-1565: Cornelis van Rijswijk, gehuwd met Margaretha van der Valk, krijgt 16 morgen ten eigen, Heren van Altena inv. 70 fol. 88.
- 4-10-1647: Cornelis van Nispen, baljuw en dijkgraaf van Altena, bij dode van Antonia van Rijswijk, zijn moeder, die aankwam van Jacob van Rijswijk,
haar vader, die aankwam van Margaretha van der Valk, gehuwd met Cornelis van Rijswijk, bij kaveling na verzuim, LRK 150 c. Altena fol. 25v.-27v.
- Gorinchem R58 fol. 115, 28-7-1530: Hierin met name genoemd de vrouw van Gijsbert van der Valck. Zij heette Marijken Jacobsdr. Queckel.
- Gorinchem R73 fol. 156, 10-9-1548: In deze in beschuldigingstelling staan de namen van Gielis Schellaert, Philips van Weijborch, Adriaen Emontsz. en Cornelis van Rijswijck, secretaris, en heer Jan Florisz. en Jan van Goor, schepenen van Woudrichem. Waar het over gaat is me niet duidelijk.
- Gorinchem R74 fol. 2, 27-1-1550: Procuratie. Cornelis Jansz. van Rijswijck is gemachtigd om voor Adriaen Emontsz. van der Hoeven als man voogd van Anna Gielis Schellaertsdochter een rentebrief te verkopen aan Adriaan de Borchgrave. Voor dit transport geven ook toestemming Floerke van Rijswijck, oudste zuster van Cornelis en zij ook voor Marike van Rijswijck en Sebastiaan van Rijswijck, zusters en broeder. Hierdoor lijkt het duidelijk dat Anna Schellaert hun moeder is.
- Nationaal Archief Den Haag, Heren van Altena, regest inv. 15, 10 juni 1553: Voor schepenen van Woudrichem stellen Jan Schellaert en zijn zuster Anna Gillisdr. Schellaert zich elk voor fl.500 borg voor Cornelis van Rijswijck t.b.v. zijn benoeming tot rentmeester van Altena.
- Nationaal Archief Den Haag, fam. archief Van Dorp afschrift nr. 1483, 13-1-1554. Testament van Lionis Aertsz. van Weijborch. Hierin een rentebrief op het huis van Cornelis van Rijswijck dat staat aan de Hoogstraat tegenover het gasthuis te Woudrichem.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 15 fol. 79 e.v.,1-2-1554: Cornelis van Rijswijck ende Margrit van den Valck "sijne echte huijsvrouwe" verklaren dat zij van Adriaen van de Hoeven Emonts soon de ouden fl. 1300 geleend hebben om als rentmeester van het Land van Altena de erfgenamen van Mathijs Loosen namens de heer van Woudrichem te lossen. Hij verpandt daarom 18 morgen leengoed aan Adriaan van den Hoeven. Op 30-8-1565 is deze lening afgelost en in aanwezigheid van Anna van Egmont, vrouwe van Altena, haar stadhouder Bentinck, Gillis Schellaert en Cornelis van Rijswijck wordt de brief door Adriaan van der Hoeven te niet gedaan.
- Archief Nassause domeinraad nr. 7974a, Leenboek en -register van Acquoy,
- 9-11-1555: Willem Prince van Oranje verlijt en verleent aan Jonffr. Margareta Ghijsbert Valckdochter 11 hond land haar aangekomen bij dode van Ghijsbert Valck, wijlen drost tot Leerdam en Ackoy. Hulder: Cornelis van Rijswijck als man ende kerckelijck voicht Jonffr. Margareta voirs. sijnen huijsvr.
In marge: . . . ...1570 heeft Margareta ende Cornelis van Rijswijck dese 11 hont lants getransport Jacob Mijntgen haar nichte.
- 10-4-1580: soe heeft Cornelis Willemse de Wit als man ende voocht van Jacob Mijntgen Cornelis van Beverensdochter voirs. leen mitter leeghen handt vernyewt.
- Nationaal Archief Den Haag, Grafelijkheidsrekenkamer inv. 749 pag. 34, 31-8-1559: In dit 40 pagina's tellend stuk dat gaat over een grensconflict tussen Holland en Altena treedt oa.a Cornelis van Rijswijck op als getuige. Omdat hij dan 35 jaar oud is, moet hij omstreeks 1524 geboren zijn. Deze getuigenverklaringen zijn ook te vinden in het archief van de Heren van Altena inv. 6.
VI - 3
(kind van V-2)
Floorke Jansdr. van Rijswijck, geb. ca. 1520/1530, tr. (1) met Willem van Emmickhoven, overl. voor 23-9-1579, zoon van Jan Dirksz. van Emmickhoven en NN.
Zij tr. (2) met Heijmerick de Romer.
Nog geen nakomelingen gevonden
Bronnen:
- Woudrichem R578 fol. 87v, 23-9-1579: Transport. Compareerde Floerke van Rijswijck weduwe wijlen Willem Dircksz. ende Lijsbet van Rijswijck voor haer selven ende mede vervangende ende haerluijden sterck maeckende voor Geerke, Maricke, Annaken ende Jenneke van Rijswijck haerluijder susteren altesamen kijnderen ende erffgenaemen van Jan van Rijswijck ende juffr. Anna van Rijswijck. Zij verkopen 2 morgen land in Doorn (bij Almkerk) aan Aelbrecht van Loosen.
- Woudrichem R578 fol. 89, 17-7-1573 en 6-10-1579: Attestatie. Frans van Sichem verklaart onder ede dat hij aan Willem van Emmickhoven als man van Floerke van Rijswijck een rentebrief heeft overhandigd die gevest was op een huis in de Kerkstraat van Aert Vernoert. Vanwege een brand was deze akte nooit opgeschreven, wat op de laatste datum alsnog wordt gedaan. In dit stuk wordt ook genoemd Jacob van Rijswijck, de moeder van Floorke is een zuster van schoonvader van Jacob.
VI - 4
(kind van V-2)
Maria Jansdr. van Rijswijck, geb. ca. 1520/1530, overl. voor 22-6-1596, tr. met Frans van Sichem, overl. voor 22-6-1596, zoon van Cornelis van Sichem en NN.
Nog geen kinderen gevonden
Bronnen:
- Archief van Beelaerts van Emmikhoven, inv. 224/1 fol. 19v-20 betr. een belening van 3 morgen land in Giessen.
- 18-5-1554: Jan Hugo Adriaansz., gehuwd met Adriaan, dochter van Willem Willemsz., bij overdracht door haar vader, waarna overdracht aan Frans Cornelisz.
- 16-1-1557: Cornelis Jansz. voor Jan Cornelisz., zijn zoon, bij overdracht door Frans Cornelisz., diens broer, voor f 362,- karolus,
- 24-2-1614: Dirck Dircksz., voor Grietje,dochter van Jan Cornelisz., zijn vrouw,bij dode van haar vader.
Het gaat in deze beleningen om Frans van Sichem. Zie het artikel van Peter van Eeten in GTWMB 1994 blz. 229.
Familiearchief Matenesse inv. 165, Schepenakte van Giessen, 14-1-1568: Jonker Johan Pieck draagt ten overstaan van zichzelf als heer van Giessen en de heemraden Matthijs Dircksz., Adriaen Adriaensz. Waelen, Cornelis Aertsz. en Jan Cornelisz., drie percelen land in Giessen over aan Frans van Sichem Cornelisz.
Familiearchief Matenesse inv. 165, Schepenakte van Giessen, 5-5-1568: Frans van Sichem Cornelisz., Matthijs Dircksz. en Joost
Adriaensz. als heemraden van Giessen.
Woudrichem R415 , 22-6-1596: Voor het gerecht van Woudrichem wordt een lijst opgemaakt van schuldeisers van wijlen Frans van Sichem en Maria Jansdr. van Rijswijck. We komen tegen: Hendrik van Nispen, baljuw van Altena, gehuwd met Anthonia Jacobsdr. van Rijswijck en haar minderjarige broers Joost en Abraham van Rijswijck, kinderen van Jacob van Rijswijck, Jan Pieck, schout van Giessen, Paulus Danckaertsz.,Adriaen Jansz., Peter van Clootwijck, Floris van Meer, Wouter inden Bark, Sebastiaan van Losen, de erfgenamen van Wolff Cornelisz., Jan Schellaert stadhouder van Altena en Floris van Rijswijck met haar man Heijmerick de Romer.
VI - 5
(kind van V-3)
Floris Ottensz. van Rijswijck, geb. 1520/1530, tr. NN.
Hieruit bekend:
- Jan van Rijswijck, geb. 1550/1560
Bronnen:
- Gorinchem R79 fol. 245v, 10-2-1558: Anneken Cornelis van Aerls, wed. heeft rechtelijck besettinghe gedaen op alsulcken penningen als onder Jan van Beeck berustende zijn toekomende Floris Ottensz. van Rijswijck.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 13 fol. 75, z.d. ca.1590: Jan van Rijswijck Floriszoon genoemd in een belending in het gerecht van Rijswijk voor het Spijck.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 14 fol. 41, z.d. ca.1590: Jan van Rijswijck Floriszoon genoemd in een belending in het gerecht van Rijswijk in het Land van Altena opte Linge over Spijck,
VI - 6
(kind van V-5)
Govert Jansz. van Rijswijck, geb. 1550/1560, tr. NN. Hij was advocaat en notaris (hij legde de eed af op 30-11-1580) in Den Haag.
Kind:
- Johan van Rijswijck, geb. ca. 1580, volgt VII-1.
Bronnen:
- Heusden R310 fol. 11, 25-4-1575: Transport. Dat Jan van Rijswijck Jansz. verteegh op alle alsulcke lasten, rechten ende toeseggen als hij heeft op seeckere erfgronden van lands gelegen in de Lande van Althena te weeten van thien honden landts gelegen tot Opandel etc. ten behoeve van Govaerdt Jansz. van Rijswijck sijnen zoon.
- Heusden R225 , 23-11-1578: Alaert Wouters als gemachtigde van Govaert Jansz. van Rijswijck heeft rechtens gevest op mr. Heijman van Veen als onderwijnder van de goederen van het weeskind van (onleesbaar).
- Heusden R225 fol. 1, 7-12-1578: Alaert Wouters als gemachtigde van Govert Jansz. van Rijswijck heeft andermaal rechtens gevest op de erfgenamen van joncker Ghijsbrecht van Gendt en mr. Heijman van Veen als onderwijnderen van sijne goederen.
- Heusden R226, 15-7-1579: Alaert Wouters als gemachtigde van Govert Jansz. van Rijswijck heeft vuijt crachte sijne coop gecroont van wansed (?) over Corstiaen Lenaerts te Aelborch
- Heusden R226, 20-7-1579: Alaert Wouters als gemachtigde van Goert Jansz. van Rijswijck heeft hem verboden van alsulcken crooning als hij vuijt crachte sijn coop gedaen heeft over Corstiaen Lenaerts.
- 's-Gravenhage R336 fol. 161, 1586: Govert van Rijswijck genoemd als advocaat te Den Haag.
VI - 7
(kind van V-5)
Johan Jansz. van Rijswijck, geb. 1560/1570 ongehuwd militair, overl. na 25-9-1633.
Bronnen:
- LK Zoelen: Diverse bezittingen en rechten
- Leenkamer Zoelen inv. 2 fol. 83v, 1-3-1608: Otto Jansz. van Rijswijck voor Jan van Rijswijck, zijn broer die buitenlands is
- Leenkamer Zoelen inv. 2 fol. 88, 30-6-1641: heeft Otto Jansz. van Rijswijck , wonende tot Veen, als broeder en leenvolger van Jan Jansz. van Rijswijck, uitlandig zijnde ter leen verzocht de gemelde tienden onder Veen.
- Was Heusden R205 momenteel zonder inv. nr., 10-2-1609: Testament voor notaris Willem van der Laerschot van Johan van Rijswijck Jansz. Omdat hij een verre reis gaat ondernemen, stelt hij zijn testament op. Jan van Rijswijk, de oudste zoon van zijn broer Otto en Jan en Laurens, kinderen van zijn zuster Peternella krijgen een legaat van 500 ca. gl. ieder. Universeel erfgenaam wordt de oudste, nog te verwekken, zoon van zijn neef mr. Johan van Rijswijck in Den Haag (zie VII-1), mits deze de naam Otto zal krijgen en in de Rooms-Katholieke religie gedoopt en opgevoed zal worden. Als er geen zoon is die aan die voorwaarden voldoet, dan wordt erfgenaam de oudste mannelijke nakomeling die er op dat moment is. Hij noemt met name Jan, de oudste zoon van zijn broer Otto. Johan legt er de nadruk op dat de kerkgiften en -lenen van Wijk en Veen en alle allodiale goederen die hij van zijn ouders heeft geërfd in het geslacht en de familie van Rijswijck dienen te blijven.
- Was Heusden R205 momenteel zonder inv. nr., 25-9-1633: Brief van Johan van Rijswijck aan zijn neef mr. Johan van Rijswijck, advocaat voor het Hof van Holland, wonend in 's-Gravenhage. Een buitengewoon interessante en diep gevoelige brief waarin Johan vertelt van zijn reizen naar het keizerrijk China en het koninkrijk Japan. Hij schrijft de brief vanuit Genua in Italie waar hij zojuist is aangekomen uit Nova Hispania oftewel Mexico. Hij schrijft over zijn verdriet, omdat er op de brieven die hij schreef nooit antwoord is gekomen. In Mexico is hij bedrogen waardoor hij al zijn bezittingen is kwijtgraakt samen met zijn neef van den Heuvel. Verder informeert hij naar het welzijn van zijn broer Otto en zijn zuster Peterken en hun kinderen, hun namen, welk beroep zij uitoefenen etc. Hij wil weten hoe het gaat met het Land van Heusden nadat 's-Hertogenbosch is "omgegaan" (d.w.z. veroverd door Frederik Hendrik in 1629). Johan blijkt een nog steeds diep gelovige man te zijn en op het laatst verontschuldigt hij zich, omdat "ick t'meeste van mijne Duijtse tale hebbe vergeten".
Heel mooi vind ik ook de mentaliteit waarmee deze Johan van Rijswijck was begiftigd en die we in de Gouden Eeuw bij wel meer Hollanders zien. Hij zit namelijk niet bij de pakken neer, maar is van plan om naar Spanje te gaan om: "wederop nieuwe te beginnen als ick met de gratie Godts op dese reijse verhoope t'advanceren om in mijnen
oude dagen vromelijck t'onderhouden dewelcke de principaelste oirsaecke is geweest soo veel continuele jaeren onder veel verscheijde natien te frequenteren".
- Heusden R106, 28-10-1641: In 1641 wordt Jan Otten van Rijswijck door het gerecht van Heusden erkend als rechte en zuivere erfgenaam van zijn oom Jan Jansz. van Rijswijck.
- Was Heusden R205 momenteel zonder inv. nr., 1643/1648: Processtukken van het proces tussen Jan Otten van Rijswijck te Veen en Willem Pauwelsz. te Aalburg. Bovenstaand testament heeft geleid tot een proces tussen Otto van Rijswijck en zijn zoon Jan enerzijds en Willem Pauwels, schoonzoon van Peterken van Rijswijck anderzijds. Dit proces heeft zich voortgesleept tot 1646. De processtukken die hiervan bewaard zijn gebleven vormen niet zulke interessante lectuur als bovenstaande testament en brief. Comparanten zijn steevast Otto Jansz., Jan Otten, Willem Pauwelsz., Laurenske Laurensdr. en Jan Laurens, alias van Rijswijck die in 1629 tijdens een gevecht op de Veluwe was gesneuveld.
VI - 8
(kind van V-5)
Peterke Jansd. van Rijswijck, geb. ca. 1560/1570, wonend te Veen, overl. voor 6-2-1650
tr. (1) Laurens Jansz., overl. voor 25-8-1608.
Zij tr. (2) voor 9-5-1616 met Gijsbert Hendricksz. Wijckwaelen. Hij hertr. Veen 6-2-1650 met Lijsken Jansdr. van Wijck, geb. ca. 1605/1615. overl. voor 24-10-1658.
Uit haar eerste huwelijk:
- Laurenske Laurensd. geb. ca 1600/1610, overl. na 4-11-1649, zij was gehuwd met Willem Paulusz.
- Jan Laurensz. geb. ca. 1600, overl. op de Veluwe bij een gevecht als militair in 1629.
Bronnen:
- Heusden R53, 25-8-1608: "Peterken dochter sa. Jan van Rijswijck wed. wijlen Laurens Jansz. met haer gc. voogt de heer ende weesmrn. over Stadt ende Lande van Huesden aanleggers contra Otto Jansz. van Rijswijck tot Veen gedaagde concludeert pro ut in scriptis."
- Heusden R59, 7-11-1613: Van Peeterke van Rijswijck tot Veen wordt d.m.v. een proces de betaling van drie mud goede tarwe geëist over het verloop van een erfthijns van een mud tarwe per jaar op de 13e maart te voldoen.
- Heusden R111, 24-9-1646: "Gillis van Beverlo als last en procuratie hebbende van Jan Otten van Rijswijck woonende tot Veen uijt crachte van seecker accord commissionair van de Hove van Hollandt raeckende de goederen van Johan van Rijswijck sijnen oome, leenhouder van de Huijse van Zoelen aanlegger, contra Gijsbert Hendricxen woonende tot Veen als man en voocht van Peterke Jans van Rijswijck gedaagden". Jan Otten wil van zijn tante de tienden ontvangen van 4˝ morgen land waarop ze momenteel woont, geheven over een periode van 33 jaren.
- Heusden R116, 27-12-1650: Gijsbert Hendricxe Wijckwaelen als getrouwd hebbend wijlen Peterken van Rijswijck wordt gedaagd door Jesken Lenerts en haar zoon Jan Otten van Rijswijck om in totaal 75 gulden te betalen zoals was overeengekomen in de acte van scheiding en deling,
VI - 9
(kind van V-5)
Otto Jansz. van Rijswijck, geb. ca. 1583/1584, overl. tussen 7-11-1645 en mei/juni 1648,
tr. Jesken Lenertsd, ook Jasperken Leenaertsdr. Zij was weduwe van Willem Teunisz.
Kinderen volgorde onbekend:
- Jan van Rijswijck, geb. ca. 1610/1620, volgt VII-2.
- Vijver van Rijswijck, geb. ca. 1610/1620, volgt VII-3.
- Iven ook Jeuwen of Yeuwen van Rijswijck, geb. ca. 1610 volgt VII-4.
- Claes van Rijswijck, geb. ca. 1610/1620, volgt VII-5.
- Cornelis van Rijswijck, geb. ca. 1610/1620, volgt VII-6.
- Godertje van Rijswijck, geb. ca. 1610/1620, volgt VII-7.
Bronnen:
- J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Zoelen: Diverse bezittingen en rechten
- Leenkamer Zoelen inv. 2 fol. 83v, 1-3-1608: Otto Jansz. van Rijswijck voor Jan van Rijswijck, zijn broer die buitenlands is
- Leenkamer Zoelen inv. 2 fol. 88, 30-6-1641: heeft Otto Jansz. van Rijswijck , wonende tot Veen, als broeder en leenvolger van Jan Jansz. van Rijswijck, uitlandig zijnde ter leen verzocht de gemelde tienden onder Veen.
- Heusden R350, fol. 71, 8-7-1616: Renunciatie. Otto van Rijswijck ziet in deze akte af van zijn rechten op de erfenis van de Lijsken Dircxdr., de moeder van de eerste man van zijn vrouw Jasperken Leenaertsdr.
- Heusden R361, fol. 67, 27-11-1627: Door de komst van dominee Abraham van de Velde heeft Veen een pastorie nodig. Jan Cornelisz. Spierinck en Jan Gijsbertsz. Mol, burgemeesters tot Veen als gemachtigd door schout, schepenen, heemraden, kerck- en heiligegeestmeesters, setters, keurmeesters, gemeene ingesetenen ende nabueren aldaer verklaren een huisinge ofte wooninge te zullen laten timmeren en dit ook te zullen onderhouden. Deze verklaring wordt gedaan namens: Huijbert Jansz. van den Heuvel, Jan Cornelisz. Spierings, Jan Gijsbertsz. Mol, Imert Jansz. van Wijfflith, Adriaen Jansz. de Hooch, Adriaen Willemsz. van den Biesheuvel, Michiel Jansz., Dirck Willemsz. Poorter, Willem Jacobsz. Goude, Servaes Godertsz., Jan Willemsz., Otto van Rijswijck, Aert Dirck Veenaert en Cornelis Jansz..
- Heusden R366 fol. 36v, 17-4-1632: Hypotheek en transport. Dat Adriaen Aertssen, wonend tot Veen verteech op zeker geseetgen lants groot een half hondt gelegen inde banne van Veen int Paradijs, belend de gemeene Straete, oostwaarts de kercke van Veen erve nu gebruijckt wordende bij Gerrit Janssoon Schipper, westw. streckende vande erfgenamen van Peter Jacobssoon erve aff neffens ende ten dele in Otto van Rijswijcx erve, totten dijck toe ten behoeve van den voornoemde Ottho van Rijswijck... voor 620 gulden in 2 termijnen boven een paert ( part) getaxeerd op 132 gulden.
- Heusden R371 fol. 42v, 12-5-1637: ... drie morgen land gelegen tot Wijk “ opten Swaesheuvel”, belend... metten lasten van vijer voeten Hoogen-Maesdijck gelegen omtrent Otto van Rijswijck boomgaert op den hoeck van de rivier tegenover het oorlogsschip etc.
- Heusden R379 fol. 61, 7-11-1645: Dat Otto van Rijswijck, wonend tot Veen verteech op thien Hondt Landts etc.”. (Hij was toen nog in leven).
- Heusden R111, 26-3-1646: In deze acte is sprake van Maeijke wed. van Jan van Rijswijck wonend tot Wijck die borg geweest was voor Otto van Rijswijck zaliger. Zowel Jan als Otto waren dus overleden.
- Heusden R382 fol. 47v , mei/juni 1648: "Dat Jesken Lenaertsdgr. weduwe van wijlen Otto van Rijswijck geassisteert met Jan Otten van Rijswijck haeren sone ende gecoren voocht ende momber in desen ende deselve Jan Otten van Rijswijk mede in sijn privé." Een acte waarvan ik alleen de eerste alinea kan ontcijferen. Helaas zal deze klerk nog jarenlang zijn gang kunnen gaan met het onleesbaar vullen van Heusdense protocollen.
- Heusden R383 fol. 66v , 23-8-1649: Jesken Lenertsdr. weduwe van Otto van Rijswijck krijgt het voor elkaar om voor de vierschaar van Heusden de verkoop van 14 hond land op de Haarbeemd ongedaan te laten verklaren. Gelukkig is deze lange acte niet geschreven door de reguliere klerk of secretaris en daarom goed leesbaar.
- Heusden R384 fol. 28 , 4-4-1650: Comp. Jesken Lenerts, weduwe van wijlen Otto van Rijswijck, woonende tot Veen, geass. met Jan Otten van Rijswijck, haeren sone ende gecoren voocht ende momber in desen ende bekende schuldich te wesen aan Jan Alarts van Gelder, borger tot Gorinchem de somme van vierhondert car: guldens tot 20 stuivers stuck over goede aengetelde penningen gelijck sij comparante bekende...” .
- Heusden R388 fol. 5v , 27-1-1654: Hypotheek. Comp. Jesken Lenerts, weduwe van wijlen Otto van Rijswijck, geass. met Jan Otten van Rijswijck, "haeren sone ende gecoren voocht ende momber, ende den selven Jan Otten van Rijswijck mede voor sijn prive, IJeuwen Otten van Rijswijck,Claes,Vijver ende Cornelis Otten van Rijswijck, mitsgaders Cornelis Aertssen (van Tilborch) als man ende voocht van Godertje Otten van Rijswijck"
- Heusden R389 fol. 69v , 2-7-1655: Dat Jesken Lenerts, weduwe Otto van Rijswijck, geass. met Jan Otten van Rijswijck, haeren sone ende gecoren voocht ende momber, Jan,Vijver, IJeuwen, Claes en Cornelis Otten van Rijswijck ende Cornelis Aertsen als man ende Voocht van Godertgen Otten van Rijswijck, verteechen gesamenlick op twee hont lants mette timmeringhe daerop staende, gelegen in den banne van Veen, genaemt ‘t Paradijs.”
- Heusden R118, 22-6-1659: Maeijken van Ackoij, weduwe van Jan van Rijswijck wonend in Wijk vordert van haar schoonzuster Jesken Leenertsdr. de betaling van fl. 35:7:0. Voor dit bedrag had Jan van Rijswijck zich borg gesteld voor Otto van Rijswijck.
VI - 10
(kind van V-6)
Jan Adriaenszn. van Rijswijck, kerkmeester te Wijk,
geb. ca. 1570/1580, overl. ca. 1647/1648,
tr. (1) met NN.
Hij tr. (2) ca. 1635 met Maijken van Ackoij, dochter van Willem Jansz. van Ackoij, schout van Meerkerk, en Lijntje Gijsbertsdr.
Uit zijn eerste huwelijk:
- Jenneke van Rijswijck, geb. ca. 1620/1625, volgt VII-8.
- Jan van Rijswijck, ged. Heusden (r.k.) 14-9-1629, volgt VII-9.
Uit zijn tweede huwelijk:
- Bertien van Rijswijck,
ged. Vlijmen r.k. 16-4-1642, volgt VII-10.
- Neeltje van Rijswijck, geb. ca. 1630/1640, volgt VII-11.
- Anneke van Rijswijck, geb. ca. 1630/1640, volgt VII-12.
- Arien van Rijswijck, geb. ca.1640, volgt VII-13.
- Willem van Rijswijck,
ged. Vlijmen r.k. 5-10-1639, (getuige Andreas Antonij (= echtgenoot van kind 1) in plaats en in naam van Otto Ackoij), volgt VII-14.
Bronnen:
- Repertorium Leenmannen in het land van Heusden, Brabantse Leeuw, 1961, blz. 113.
- Zestalf Mergen Lants inden Banne van Wijck, aen den Soutendijck. fol. 144v.
- 21 - 6 -1630: Verlijdt Jan van Rijswijck wonende te Wijck bij opdracht gedaen inden name ende deur gemachtigde van Cornelis Blanckaert.
- 14 - 12 -1648: Verlijdt Adriaen van Rysewijck, out 8 jaren, wonende te Wijck, bij dode van Jan van Rijswijck zijn vader.
- 8 - 2 -1696: Verlijdt Jan Adriaensz. van Rijswijck oud 26 jaren, wonende te Rijswijck inden Lande van Heusden, bij overlijden van Adriaen van Rijswijck voornoemd zijn vader.
- Heusden R215, 1-1-1594:
Jan Adriaensz. van Rijswijck kreeg van zijn vader, na diens dood, een hoefke van een halve morgen te Wijk.
- Heusden R47, 27-6-1605: Jan van Rijswijck de Jonge met Neeltje van Rijswijck sijne moeder. Ze vorderen betaling van 158 gl. en 6 stuivers van Bastaen Beelaerts en diens vrouw Heijltje Adriaens voor de levering van hop en "poeijer" .
- Heusden R347 fol. 20v , 30-3-1613: In de belendingen te Wijk, Jan van Rijswijck.
- Heusden R357 fol. 24v , 8-6-1623: Comp. voor schepenen der stede van Heusden onderschreven Jan zone van wijlen Adriaen van Rijswijck wonende tot Wijck voor hemzelven ende uijtte naeme van zijne moeder, zuster ende broedere naergelaten weeskindt daer voor hij heeft volmacht ende bekende bij deze ontfangen te hebben uijt hande van Cornelis Jan Michielsz. tegenwoordich burgemeester des dorps van Veen de somme van hondert ca. guldens in voldoeninge ende erfquijtinge van de hooftsomme van alsulcken rente van sestien ca. guld. etc.
- Heusden R357 fol. 32v , 4-7-1623: Transport. Hendrik Gijsbertsen verkoopt als last en procuratie hebbend van Andries en Anneke Wouters een rente van fl. 5:5:0 per jaar aan Jan van Rijswijck wonende tot Wijck
- Heusden R111, 26-3-1646: In deze acte is sprake van Maeijke wed. van Jan van Rijswijck wonend tot Wijck die borg geweest was voor Otto van Rijswijck zaliger. Zowel Jan als Otto waren dus overleden.
- Heusden R112, 31-6-1647: "De heeren weesmeesters over Stadt en Lande van Heusden aanleggers, contra Maeijken Willems Akoij wed. van wijlen Jan van Rijswijck tot Wijck gedaagde om betaling te hebben van 300 ca. guld. metten interest vandien atempore more spruijtende ende ter saecke ende volgende d'obligatie daer van sijnde daer toe werdt gerete... cum ex"
- Heusden R125, 12-2-1662: De kerk van Wijk vordert van Maaijke van Ackoij, weduwe van wijlen Jan van Rijswijck wonend te Wijk betaling van een hypotheek van fl. 322:14:8
- Heusden R398 fol. 30v, 5-4-1664: In een hypotheek voor Joost Jansse Spieringh wordt als belending op de Gansakker onder Veen genoemd Maeijken weduwe van Jan van Rijswijck.
- Heusden R422 fol. 35, 28-12-1689: Comp. Hendrick Daniels van Nes als getrouwd hebbende de weduwe van zal. Adriaen van Rijswijck, en Willem van Rijswijck als voogden van de nagelaten kinderen van Adriaen van Rijswijck. Bij de erfdeling blijkt er nog een schuld te zijn aan Johan Fred. van der Poll, wijnkoper binnen Heusden van f500,- spruitende ter zake van geleende penningen van drie honderd carolus guldens die Maicken Willemse, weduwe wijlen van Jan Adriaense van Rijswijck, wonend tot Wijk, had geleend. Zijnde dezelfde obligatie van dato 26-4-1656 etc.
Dit bedrag werd afgelost 28-2-1698. Zie ook hier.
- Voor het geslacht van Acquoy zie verder het periodiek "Mededelingen" van de Historische Kring West-Betuwe jaargang 8 (1981) nr. 2
N.B.
Maaijke van Ackoij was nicht van Cornelis Jansz. van Acquoy, broer van haar vader. In de geschiedenis is hij beter bekend als Cornelius Jansen,
µ. Hij was bisschop van Ieperen (B) en wordt beschouwd als de grondlegger van het Jansenisme.
VI - 11
(kind van V-6)
Gerrit ook Geraert Adriaensz. van Rijswijck, wonend in Aalburg, geb. ca. 1570/1580, overl. voor 8-6-1623, tr. Peterke Aertsd, dochter van Aert Eeuwoutsz., schout van Aalburg en Aertjen Jans.
Zij ot./tr. (2) als weduwe van Gerrit van Rijswijck te Heusden 29-11/18-12-1626 met Anthonis Gerritsen uit Arnhem.
Kind:
- Goverdina van Rijswijck, ged. Drunen 1-5-1620
Bron:
- Heusden R74, 18-10-1621: De pachters van het gemaal over Wijck, Veen en Aelborch, aanleggers in casu van fraude, klagen Gerit van Rijswijck wonend te Aalburg aan om hem veroordeeld te krijgen tot een boete van 200 gulden en nog een boete van 20 gulden omdat hij met de impostbelasting heeft gefraudeerd. Hij wordt er van beschuldigd enige dagen geleden een schepel tarwe "ter meulen te hebben gedaan" in plaats van een schepel rogge ter huize van de aanleggers te hebben aangebracht.
VI - 12
(kind van V-7)
Marike Aertsdr. van Rijswijck, geb. 1560/1570 overl. voor 30-12-1606, tr. met Gijsbert van Sevender, overl. voor 12-5-1598, zoon van Huibrecht van Sevender, schout en secretaris van Woudrichem en NN.
Kinderen:
- Huijbert van Sevender, geb. 1585/1595. Huijbert was later notaris en procureur te Dordrecht.
- Enkele kinderen die op 30-12-1606 nog onmondig waren.
Bronnen:
- Heusden R318 fol. 29, 5-6-1584: Dat Ghijsbert van Zevender als man ende momboir van Mariken Aertsdr. mede vervangende en hem sterck maeckende voir Adriaentken Aertsdr. sijnder huijsvrouwe suster geloofde Adriaen Jansz. Loijen woonende tot Veen nu ende ten eeuwigen dagen tindempneren ende schadeloos te houden van alle alsulcken comeren lasten etc.
- Heusden R332 fol. 22v, 7-5-1598: Transport. Adriaan van Rijswijck te Wijck verkoopt een stuk land op de Gansacker onder Veen. In de belending ervan wordt genoemd de weduwe van Gijsbert van Sevender.
- Heusden R332 fol. 43v, 13-11-1598: Procuratie. Dat Hubert Lambertsz. van de Plas als last hebbende van Mariken van Rijswijck wed. za. Gijsbert van Sevender ende Adriana van Rijswijck, gesusteren, blijkens een speciale procuratie hierna van woorden te woorden geciteert van Cornelis de Romer ende Mr. Herman Diricx schepenen der stede van Woudrichem, doen kondt dat voor ons gecompareert sijn Mariken van Rijswijck wed. van Ghijsbert van Sevender ende Adriana van Rijswijck, gesusteren, etc.
- Heusden R337 fol. 30, 29-11-1602: Dat Dirck van Zeventer als oom ende voocht van de weeskinderen van za. Gijsbert van Zevender die hij verwect hadde bij Mariken Aertsdr. verteeg op drie mergen lants gelegen tot Aelborg etc.
- Heusden R342 fol. 14v, 21-5-1608: Dat joncker Dirck van Seventer als oom ende bloetvoocht van Huijbert van Sevender verweckt bij Mariken Aertsdr. van Rijswijck, geassisteert met Aert van Eck ambachsheere tot Vuijtwijck als man en getrout hebbende joffr. Cornelia van Sevender moije van voorsz. Huijbert van Sevender etc. Hij verkoopt een gesaat in de ban van Veen aan Thonis Jansz.
- Heusden R62, 22-5-1615: Huijbert van Zevender wonende tot Dordrecht procedeert als erfgenaam van zijn tante Adriaentken van Rijswijck tegen N. Willemsz. uit Veen i.v.m. niet betaalde rente op een lening
- Heusden R68, 30-5-1618: Nogmaals het proces van de erfgenamen van Jan Otten van Rijswijck de Oude tegen Huijbert van Zevender, dat al begonnen was in 1606 (zie Heusden R47 dd. 30-12-1606).
N.B.
Voor meer informatie over het Altenase geslacht van Sevender, Zevender, Seventer of Zeventer zie de artikelen van Peter van Eeten in het GTMWB jaargang 1989 blz. 273 e.v. en 1991 blz. 210 e.v.
VI - 13
(kind van V-7)
Adriana Aertsdr. van Rijswijck, geb. 1570/1580, overl. voor 7-11-1613. Zij bleef ongehuwd en was "dienstmaecht" van Johan van Cuijck, heer tot Herpt.
Bronnen:
- Heusden R332 fol. 43v, 13-11-1598: Procuratie. Dat Hubert Lambertsz. van de Plas als last hebbende van Mariken van Rijswijck wed. za. Gijsbert van Sevender ende Adriana van Rijswijck, gesusteren, blijkens een speciale procuratie hierna van woorden te woorden geciteert van Cornelis de Romer ende Mr. Herman Diricx schepenen der stede van Woudrichem, doen kondt dat voor ons gecompareert sijn Mariken van Rijswijck wed. van Ghijsbert van Sevender ende Adriana van Rijswijck, gesusteren, etc.
- Heusden R336 fol. 23, 19-3-1601: Adriana Aerts van Rijswijck met haar gecoren voogd en momber Govert Pauwels verkoopt een stuk land op de Kyvitse, belend Adriaen van Rijswijck oostwaarts en Jan van Rijswijck westwaarts, ten behoeve van Thonis Jansz. tot Veen.
- Heusden R59, 7-11-1613: "Huijbert van Zevender wonende tot Dordrecht als universeel erfgenaam van wijlen Adriaentge van Rijswijck, in haer leven dienstmaecht van Johan van Cuijck, heer tot Herpt". Hij eist betaling van de vroegere werkgever van zijn tante voor 5˝ en 8 jaar huur met een voorschot tesamen bedragende 445 ca. guldens en 10 stuivers plus nog 100 ca. guldens voor diverse kosten.
VI - 14
(kind van V-11)
Anthonia van Rijswijck, geb. ca. 1555/1560, overl. Dordrecht 21-12-1626 tr. met Hendrik van Nispen, overl. Dordrecht 10-10-1617, baljuw en dijkgraaf van Altena, zoon van Adriaan van Nispen en Alijdt Hendricxdr. van der Eyck
Kinderen:
- Adriaan van Nispen, ged. Dordrecht 21-1-1580
- Aleijdis van Nispen, ged. Dordrecht 12-7-1581
- Jacob van Nispen, ged. Dordrecht 19-12-1583
- Cornelis van Nispen, ged. Dordrecht 31-3-1585
- Adriaan van Nispen, ged. Dordrecht 10-1-1586
- Anthonia van Nispen, ged. Dordrecht 9-1-1591
- Anna van Nispen, ged. Dordrecht 3-7-1592
- Cornelia van Nispen, ged. Dordrecht 1-3-1596
Bronnen:
- Uitwijk R5 fol. 14, 18-7-1579: Zo heeft Jonker Cornelis van Wijffliet voor zichzelf en als gemachtigde van Henric van Nispen getrouwd met Anthonia van Rijswijck Jacobsdr. gericht aan 2 morgen land te Uitwijk toebehorend de erfgenamen van wijlen Adriaen van der Hoeffen Emontsz de jonge, gekomen van Adriaen Emontsz van der Hoeffen, ter zake van verlopen rente van 9 gld. 's jaars volgens de brief daarvan zijnde. Akte voor schout Wouter Schrieck en heemraden Ocker Woutersz, Jan Jansz Boot, Kunier Geerloffsz en Adriaen Symonsz.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 17 fol. 61v, 4-10-1593: Zeven morgen land in de ban van Babyloniënbroek genoemd de Taphoeve. "Verlijt jonckf. Anthonia van Rijswijck bij doode van Gillis Schellaert haer oom."
- Gorinchem R545, fol. 338, 30-11-1595: Joost van Rijswijck als broer en Brien de Feijter als naaste bloedvoogd van vaderszijde van Abraham van Rijswijck, met
procuratie verleden voor schepenen van Woudrichem, tr. aan Hendrick van Nispen, baljuw van Woudrichem, de helft van 10 morgen gen. ‘de Vogelcampen’ gelegen op Lang-Scheijwijck, waarvan de andere helft reeds toebehoort aan voorn. Henrick van Nispen.
- Woudrichem R580 fol. 29v, 28-5-1600: Comp. de heer Henrick van Nispen, baljuw en dijkgraaf van Althena, als man en voogd van jonckfr. Anthonia van Rijswijck ende transporteert tot behoef van de erfg. van Adriaan Corn. Thielen een rentebrief van 15 gl. en 15 st. Deze brief was haar aangekomen bij loting tussen de erfgenamen van za. Joost van Rijswijck Joostz. gedaan voor schepenen van Gorinchem op 21-6-1591.
- Woudrichem R1763 fol. 5, 9-11-1603: Testament van Hendrik van Nispen en Antonia van Rijswijck echte man ende wijff. Er wordt gerefereerd aan een testament gepasseerd te Dordrecht in 1593 en enkele codicillaire disposities van 25-1-1594. Het legaat voor kleinzoon Jacob, zoon van Cornelis van Nispen, wordt nietig verklaard. Alle kinderen zowel de zonen als de dochteren moeten de bezittingen evenredig verdelen. Verder zullen de erfgenamen gehouden zijn een lijfrente van fl. 42 te kopen voor Joost van Nispen alsmede een lijfrente voor Hendrik van Nispen de jonge en een voor Anna van Nispen, de drie tegenwoordige jongste kinderen van de comparanten.
- Woudrichem R1763 fol. 15, 14-3-1607: Nog een testament van Hendrik van Nispen en Antonia van Rijswijck. Bovenstaand testament wordt grotendeels herhaald. In 1598 blijkt Hendrik van Nispen aan zijn vrouw een huis in Dordrecht te hebben geprelegateerd. Verder worden leengoederen die het echtpaar heeft genoemd: een hoeve lants groot achttien morgen in de Werken genaamd Wistenhoeve, een rentebrief van fl. 44 en 9˝ st. op 4˝ morgen land in Uitwijk genaamd Verwerenland en uit de erfenis van Joost van Rijswijck Joostz. een stuk buitendijks land in Ganswijk.
- Woudrichem R1763 fol. 49v, 29-8-1626: Testament van Antonia van Rijswijck, weduwe van Hendrik van Nispen. Ze laat vastleggen dat het laatste testament met alle codicillen en legaten ten uitvoer gebracht dienen te worden na haar dood.
- Woudrichem R1763 fol. 51, 29-8-1626: Testament van Antonia van Rijswijck, weduwe van Hendrik van Nispen.
- In zijn boek "Beschryving der Stad Dordrecht" uit 1676 geeft Mathijs Balen een stamboom van de familie van Nispen. Hij beschrijft dit gezin alsvolgt:
"Henrik van Nispen, heeren Adriaansz, hier boven vermeld, was Raad in Dordrecht 1581, Schepen 1585, en 1590, Raad en Generaal Meester van de Munten der Vereenigde Nederlanden, mitsgaders Bailliu en Dijkgraaff der stad Woudrichem en den Lande van Altena 1590, hij sterff den 10 October 1617 en hadde Getroud Anthonette van Rijswijk Jakobsdochter (een oud Adellijk Geslachte alhier in Holland), welke sterff den 21 December 1626 en leggen beyde tot Dordrecht in 't Graff van de Nispens begraven; nalatende vier Zonen als Jakob, Kornelis, Justus, en Mr. Henrik van Nispen en onder andere drie Dochters Maria, Anthonetta en Kornelia van Nispen.
Van Jakob, Kornelis en Justus van Nispen zal hier onder werden gesproken.
- Mr. Henrik van Nispen, heeren Henriksz J.U.L. was fiscaal ter Zee en sterff den 24 September 1631.
- Maria van Nispen Heeren Henriksdochter, troude Willem van Byler, Muntmeester tot Dordrecht en sterft den 8 Aprilis; hij den 31 Octoer 1635 nalatende Kinderen.
- Anthonette van Nispen Heeren Hendriksdochter, Troude Floris van Oudheusden Lieutenant ten dienste dezer Landen, Zone van Jonkr. Jan van Oudheusden en Maria Pels; hij sterff den 2 October 1657 in den Briel, zij den.. December 1664 tot Woudrichem.
- Kornelia van Nispen, Heeren Hendriksdochter, Troude Mr. Bernhard van Weent gezeyd Castricum, Advocaat fiscaal van de Krijgs-Raad, Zone van Mr. Pancras van Castricum, pensionaris van Groeningen en Enkhuyzen en van Johanna van Weely Bernhardsdochter."
VI - 15
(kind van V-11)
Joost Jacobsz. van Rijswijck, ambachtsheer van de Hill en baljuw van Woudrichem en Altena, geb. ca. 1565/1570, overl./begr. Hill 30-8/2-9-1615, ot./tr. Dordrecht 15-1/29-1-1595 met Maria Jan Geritsdr. Brouwer j.d. van Dordrecht, dochter van Jan Gerritsz. Brouwer en Maria Jansdr. van Beaumont.
Kinderen:
- Johan van Rijswijck, geb. 1595/1600, volgt VII-15.
- Maria van Rijswijck, geb. 1595/1600, volgt VII-16.
Bronnen:
- Gorinchem R545, fol. 338, 30-11-1595: Joost van Rijswijck als broer en Brien de Feijter als naaste bloedvoogd van vaderszijde van Abraham van Rijswijck, met
procuratie verleden voor schepenen van Woudrichem, tr. aan Hendrick van Nispen, baljuw van Woudrichem, de helft van 10 morgen gen. ‘de Vogelcampen’ gelegen op Lang-Scheijwijck, waarvan de andere helft reeds toebehoort aan voorn. Henrick van Nispen.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 15 fol. 66 e.v., 16-10-1597: Een belening van 18m 6 hont land in Babilonienbroek, nog 5 morgen aldaar. Eerst Gielis Schellaert, vervolgens de "Clijn Rijsweert" aan Joost van Rijswijck bij dode van zijn moeder jonckvrouw Maria Schellaert en de "Groot Rijsweert" aan Abraham van Rijswijck.
- Woudrichem R160 fol. 19v, 22-7-1598: Joost Jacobsz. van Rijswijck was procureur bij het gerecht van Woudrichem en we komen hem dan ook herhaaldelijk tegen in deze functie.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 17 fol. 56, 19-10-1593: Het schoutambt op de Hill met 3 morgen land in Waardhuizen verlijdt Joost van Rijswijck na dode van Maria Schellaert zijn moeder.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 17 fol. 62, 19-10-1593: De ambachtsheerlijkheid op de Hill met drie morgen land gelegen op de Hill in het Kleijn Sluijsvelt verlijdt Joost van Rijswijck bij dode van joncfrouw Maria Schellaert zijn moeder.
- Gorinchem, Archief van het weeshuis inv. 158 nr. 44, 21-6-1600: Regest. Joost van Rijswijck en Matthijs Cornelissen, schepenen van Woudrichem certificeren een transport in Uppel t.b.v. het weeshuis van Gorinchem.
Zegel van Joost van Rijswijck hangend aan dit regest (2e van links).
- Nationaal Archief Den Haag, Grafelijkheidsrekenkamer inv. 512 fol. 163v, 18-4-1602: Omdat Hendrik van Nispen, baljuw en dijkgraaf van Altena, "binnen corte jaeren overgecommen swaere accidenten" die twee functies niet meer naast elkaar kan bekleden, verzoekt hij de rentmeester van Zuidholland om zijn zwager Joost van Rijswijck, schepen van Woudrichem, te benoemen tot substituut-baljuw.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 17 fol. 24v, 30-10-1613: Drie morgen lants gelegen in den banne van Workum ende geheten sijn die Brootkist verlijden in 1613 aan Joost van Rijswijck bij koop van Guido de Gistelles. Op 20-6-1616 verlijd dit leen t.b.v. Johan en zijn zuster Maria van Rijswijck na dode van Joost heursluijders vader.
- Hof van Holland 638 sententie 115, 30-7-1616: Jonker Thomas van Staeckenbroeck, heer van Croy, als lasthebbende van Joseph de Deckere, procedeert tegen Maria Jansdochter, weduwe van Joost van Rijswijck, baljuw van Woudrichem en Altena over het eigendom van de ca. 28 morgen grote hoeve den Blaesbalch in het Altenase Rijswijk.
VI - 16
(kind van V-11)
Abraham Jacobsz. van Rijswijck, geb. ca. 1571/1580, overl. voor 15-1-1626 tr. november 1604 met Anneke Jansdr. van den Oudewaert, overl. na 15-1-1626. Zij was weduwe van Huijbert van Ravenswaij.
Kind:
- Anthonia van Rijswijck, geb. 1600/1610
Bronnen:
- Woudrichem R579 fol. 22v, 16-4-1596: "Comp. de erentveste Hendrik van Nispen baljuw en dijkgraaf slants van Altena ende Joost van Rijswijck ambachtsheere van de Hil als voochden van Abraham van Rijswijck" etc. Ze transporteren een rentebrief van 17:10:0 thijns op 32 morgen land in de ban van Zandwijk genaamd de Uppel.
- Woudrichem R160 fol. 16, 22-7-1598: Hendrik van Nispen en Joost van Rijswijck, voogden, resp. zwager en broer van Abraham van Rijswijck maken de verkoop van ter velde staande tarwe door Abraham van Rijswijck aan Adriaan Ketting ongedaan.
- Woudrichem R580 fol. 2v, 31-1-1600: Transport. Comp. Abraham van Rijswijck en droeg op tot behoef van de heer Hendrik van Nispen, baljuw en dijkgraaf van Altena, de vrije eigendom van twee morgen lants gelegen opten Weerthuijsensche Enge, oost Cornelis Aertsz. van Herwijnen, zuid de erfg. van Dirck van Clootwijck. Voorts een erf aan de Cruijsstraat tot Almkerk waar Paulus Buijs in placht te wonen.
- Culemborg R231 fol. 150, 23-11-1604: Voordat ze haar tweede huwelijk aangaat, regelt Anneke van den Oudewaert de zaken van de kinderen die ze heeft gehad bij wijlen Huijbert van Ravenswaij, in zijn leven secretaris van Woudrichem, voor de schepenbank van Culemborg. De nalatenschap van Huijbert wordt geschat op duizend karolusguldens. Jan van Ravenswaij, haar zoon, zal o.a. de gouden ring erven die zijn vader dagelijks droeg en zijn zuster Anna krijgt o.a een gouden ringetje en een zilveren onderriem die gekomen zijn van haar grootmoeder.
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 17 fol. 61, 8-6-1606: "Verlijd Abraham van Rijswijck de voorsz. ses mergen lants bij doode van joncfrouw Maria Schellaert sijn moeder."
- 's-Hertogenbosch, Collectie van het Rijksarchief inv. 17 fol. 61v, 8-6-1606: "Seven mergen ses hont lants daer drie mergen gelegen in den ban van Babilonienbroek op den Hill etc. Verlijt Abraham van Rijswijck bij doode van joncfrouw Maria Schellaert sijn moeder."
- Woudrichem R548, 13-2-1608: Rekening en bewijs van Abraham van Rijswijk, als man en voogd van Anneken Jans, weduwe van Huijbert van Ravenswaij, curator over de boedel van Frans Cornelisz van Sichem. Gepresenteerd aan Joost van Rijswijck, baljuw van Woudrichem. Mede aanwezig is Abraham ten Hagen, schout en Cornelis de Romer, burgemeester.
- Woudrichem R1763 fol. 49, 15-1-1626: Testament. Ten versoecke van Anneke van den Oudenwaert Jansdr. laest weduwe van Abraham van Rijswijck za. etc. Anneke is ziek maar haar verstand wel machtig. Ze legateert aan haar dochter Anthonia van Rijswijck "haere laeckense vlieger geboert met enen fluwelen sijst met kieffer fluwelen opslagen, eene baratte vlieger geboert met den Joansche kroone, eene baratte rock geboert met eene fluwelen sijst geboert met eene swarte fluwelen sijst" etc. Verder worden genoemd Johan en Anneke van Ravenswaij, haar voorzoon en -dochter
- Rotterdam, N148, akte 436/655, 12-9-1630: Arnout van Jonckholt, man van Anna van Ravenswaij, als rechthebbende van Johan van Ravesway, luitenant, haar broer, machtigt Johan de Jonge en Johan van Tongeren, procureurs, in de zaak tegen Anna van Oudewaert, weduwe van Abraham van Rijswijck, inzake de vaderlijke erfenis van zijn vrouw.
Anna van Ravenswij verklaart dat zij haar helft van de 1000 gld, haar toegevallen door de vaderlijke erfenis ( 'wilich decreet'), niet van haar moeder Anna van Ouderwaert heeft ontvangen.
- Rotterdam N149, akte 283/480, 12-8-1632: Anna van den Oudewaert of Owenvaert, weduwe van Abraham van Rijswijck, burgemeester te Woudrichem, machtigt haar schoonzoon Aernoult van Jonckholt om te Gorinchem en te Woudrichem haar zaken te behartigen, waaronder het geld te ontvangen van Hendrick Jans de Lange te Woudrichem die een stuk land van haar kocht genaamd 'Den Baseldoncq' gelegen in de landen van Altena.
VI - 17
(kind van V-12)
Dirkje (Theodora) van Rijswijck, geb. ca. 1550/1555, tr. Hubert Rudolfsz.
Nog geen kinderen gevonden.
Bron:
- Ons Voorgeslacht 1986. Repertorium op de lenen van de Heren van Vianen, 4 morgen land in Boeikop in heer Arnouts gerecht.
- 20-4-1607: Herman Antonsz. bij overdracht door Hubert Rudolfsz. voor Theodora van Rijswijk, diens vrouw.
VI - 18
(kind van V-12)
Maria van Rijswijck, geb. ca. 1550/1555, tr. 1578 met Joris Pieterse, raad, schepen, thesaurier, overman, weesmeester, overdeken van div. gilden, heemraad en kolonel van de schutterij te Zierikzee, zoon van Pieter Jorisse en Catharina.
Kinderen:
- Pieter van Rijswijck, geb. 1579, volgt VII-17.
- Jan van Rijswijck, geb. 1581, volgt VII-18.
- Heilwich van Rijswijck, geb. 1582, volgt VII-19.
- Cornelis van Rijswijck, ged. Zierikzee 19-8-1584
- Adriana van Rijswijck, ged. Zierikzee 1-12-1585
- Cornelis van Rijswijck, ged. Zierikzee 8-3-1587
- Benjamin van Rijswijck, ged. Zierikzee 31-7-1588, volgt VII-20.
- Maaijken van Rijswijck, ged. Zierikzee 15-10-1589
- Assuerus van Rijswijck, ged. Zierikzee 7-10-1590
- Anna van Rijswijck, ged. Zierikzee 1-12-1591
- Rachel van Rijswijck, ged. Zierikzee 7-3-1593
N.B. De kinderen van Joris Pieterse namen dus de naam van hun moeder aan.
Bron:
- Gorinchem R366 fol. 283, 17-12-1598: Tussen de erfgenamen van Geertruida van Santwijck die procederen tegen Frans Caell zien we ook Joris Pieterse te Zierikzee als man van Maria van Rijswijck.
- P.D. de Vos, De vroedschap van Zierikzee blz. 215 t/m 220
VI - 19
(kind van V-16)
Willem Jansz. van Rijswijck, geb. ca. 1530/1540, tr. Margaretha van Honscote alias Dorval
Hieruit bekend:
- Johan van Rijswijck, geb. ca. 1550/1560, volgt VII-21.
Bronnen:
- Nederlandse Leeuw jaargang 1930 kolom 176
N.B. Behalve bovenstaand artikel zijn er nog geen bronnen gevonden die iets meedelen over Willem van Rijswijck en Margaretha
VI - 20
(kind van V-17)
Hertog van Rijswijck, kastelein van Medemblik, geb. 1530/1540, overl. 1612, tr. met Margaretha Knoppert, geb. ca. 1560, overl. Zwolle 1638, dochter van Thomas Knoppert en Anna Mulert tot Voorst.
Kinderen:
- Robert van Rijswijck, geb. ca. 1570.
- Cornelis van Rijswijck, geb. 1570/1580, overl. Nijmegen 8-2-1633
- Hartoch van Rijswijck, geb. 1570/1580.
- Thomas van Rijswijck, geb. 1570/1580, volgt VII-22.
- Jan van Rijswijck, geb. 1570/1580, volgt VII-23.
- Johanna van Rijswijck, geb. Medemblik ca. 1590, volgt VII-24.
Bronnen:
- Nederlandse Leeuw jaargang 1930 kolom 208
- Nationaal Archief Den Haag, Grafelijkheidsrekenkamer inv. 511 fol. 128v, 25-9-1586: "Alsoo door het overlijden van joncheer Cornelis van Rijswijck in zijne leven casteleijn opten huijse ende schout van Medemblik t'voorsz. schoutambt is vacerende en dat Hartoch van Rijswijck zone vande voorn. Cornelis van Rijswijck bij requeste aan de luijden van de reeckeninge des graeffelijcheijts van Hollant versocht heeft tot het voorsz. schoutambt gecommiteert ende gestelt te worden..." etc. Hartoch van Rijswijck pacht het schoutambt van Medemblik voor 29 ponden per jaar.
- Nationaal Archief Den Haag, Grafelijkheidsrekenkamer inv. 512 fol. 19v, 5-9-1598: Hertog van Rijswijck verzoekt gecontinueerd te worden in zijn ambten te Medemblik. Het verzoek wordt ingewilligd tegen een jaarlijkse pacht van 30 ponden.
- Nationaal Archief Den Haag, Grafelijkheidsrekenkamer inv. 512 fol. 97v, 22-9-1600: Omdat Hertog van Rijswijck het kapiteinschap in het leger niet langer kan combineren met het schoutambt van Medemblik, verzoekt hij de Staten van Holland hem van laatstgenoemd ambt te ontheffen. Het verzoek wordt ingewilligd en in zijn plaats wordt aangesteld mr. Volckert Cornelisz.
- Repertorium op de lenen van het schoutambt Ommen, nr. 1037, buurschap Stegeren
Dat goet to Meyering mit ene waer ende mit sinen toebehoren.
- 29-4 1566 (oc1 fol. 117) Thomas Knoppert na opdracht door Hermanna, vrouw van Hilbrant van Vlodorp.
- 21-3-1598 (oc3 fol. 24v) Margarieta Knopperts na de dood van haar vader Thomas Knoppert krachtens een magescheid. Hulder haar man Hartoch van Rijswijck, hopman.
- 19-3-1607 (oc3 fol. 82) Margrieta Knoppert, vrouw van Hartoch van Rijswijck, na de dood van haar vader Thomas Knoppert krachtens een magescheid. Hulder haar zoon Roebrecht van Rijswijck.
- 19-3-1607 (oc3 fol. 82) Thomas van Haersolte, haar neef, na opdracht door Margrieta Knoppert.
- Repertorium op de lenen van het schoutambt Olst, buurschap Hengforden.
Enen kamp landes geheten die Hackenmarsch of Suytveldermarsch [...] tot enen Stichschen rechte. In 1452: "gelegen in den kerspel van Olst in den buyrscap van Hengeverde"; 1479: dat erve en guet gehieten Hackenmersch".
- 10-12-1597 dec 10 (dl. c, fol. 55v). Judith van Heckeren, weduwe van Cornelis van Rijswijck, vertegenwoordigd door Johan van Eloys, richter "in 't Nyebroigh", zoals in leven Engelbert van Heckeren beleend was.
- 4-4-1608 (dl. c, fol. 93). Hertog van Rijswijck, vertegenwoordigd door Arnt Gressinck, burger te Emmerik.
- 4-4-1608 (dl. c, fol. 93). Herman van Bloys, na opdracht door Arnt Gressinck, als volmacht van Hertog van Rijsswijck, tot nakoming van een op 10-3-1608 tussen hen gesloten overeenkomst.
Leenregisters van het schoutambt Heino en Lierderbroek, 21-11-1635: Joncker Johan Doys vestigt ten behoeve van juffer Margareta Knoppert, weduwe van Rijswijck, een jaarlijkse rente van 53 gulden en 3˝ stuiver, te lossen met 850 gulden
VI - 21
(kind van V-19)
Jacob (Jacques) van Rijswijck, luitenant van de gouverneur van Duinkerken (1568), kapitein van de stad Sluis, geb. ca. 1530, overl. voor 8-5-1587, tr. Johanna Dorval.
Hieruit bekend:
- Karel (Charles) van Rijswijck, geb. ca. 1570 (hij was in 1587 nog onmondig, zijn voogd was Hertog van Rijswijck)
Bronnen:
- Nederlandse Leeuw 1930 kolom 285 e.v.:
Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven, 1923 blz. 155, 1568: Een brief van Jacques van Rijswijck, luitenant van de gouverneur van Duinkerken. Hierin genoemd zijn vrouw Johanna Dorevalle.
- Een blik op de vorming der stad Sluis en op den aanleg harer vestingwerken van 1382 tot 1587 door J.H. van Dale. - Middelburg; Altorffer, 1871. Hierin:
- Sluis, 1574: Transport van een boomgaard, grenzend aan "het Raas" aan Jacob van Rijswijck.
- Sluis, 27-10-1578: Transport van een boomgaard grenzend aan bovenstaande aan Jacob van Rijswijck.
- Sluis, 8-5-1587: Hertog van Rijswijck en Dominicus Tiara, voogden over Charles van Rijswijck transporteren bovengenoemde boomgaarden ten behoeve van Arnold van Grunevelt, kapitein van de stad Sluis, voor een bedrag van 100 gld. en een jaarrente van 4 pond. Later verkocht Arnold van Gruneveld deze boomgaarden aan Hertog van Rijswijck.
- Sluis, 15-12-1611: Hertog van Rijswijck verkoopt de boomgaarden aan Francois Cloet, burgemeester van Sluis.
- In een noot in bovenstaand boek: "Den 24 sept. 1575 verzoekt Jacob van Rijswijck aan schout en schepenen van Vlijmen bij Heusden de meubele goederen van zijn vader Willem van Rijswijck te verkoopen en het geld onder hen te houden.
Helaas begint het transportboek van Vlijmen pas in 1586 en kunnen we daar geen verdere gegevens aan ontlenen.
VI - 22
(kind van V-21)
Frans van Rijswijck, geb. 1530/1540, kastelein van Hilvarenbeek, tr. NN.
Hieruit bekend:
- Adriaan van Rijswijck, geb. ca. 1600. Hij laat op 6-2-1634 een zoon Frans dopen in Hilvarenbeek. Verder is er niets over hem bekend tot op heden.
Bronnen:
- 's-Hertogenbosch R1395 fol. 66v, 11-1-1570: Franciscus van Rijswijck, zoon van wijlen heer Franciscus, namens joffr. Heylwich van der Ameijden zijn moeder, heeft verkocht aan Paulus, zoon van wijlen Hendrick Hendricx, een huis, hof en stal, zowel droog als moerassig, gelegen te Helvoirt aan de Distelberg en een perceel van 4L te Vught in de Cromvoirtbeemden, met enkele lasten zoals een grondcijns aan de Hertog van Brabant. In de marge staat de erkenning door Heylwich van der Ameijden
- 's-Hertogenbosch R1395 fol. 83, 10-1-1570: Heer Franciscus van Rijswijck, zoon van wijlen heer Franciscus van Rijswijck uit naam van zijn moeder juffrouw Heilwich, weduwe van wijlen heer Frans van Rijswijck etc. Hij verkoopt een pacht te Vught aan Willem van Bemmel.
VI - 23
(kind van V-21)
Johan van Rijswijck, generaal der fortificatiën, geb. 1530/1540, overl. Langenholzhausen (D)
µ
25-1-1612, tr. met Anna van Gameren, geb. 1530/1540, overl. na 1617, dochter van jonkheer Jan van Gameren en NN.
Zij was weduwe van Sijmon Bacx van wie ze een zoon had genaamd Johan Bacx, geb. ca. 1670. Johan Bacx was luitenant in het Staatse leger
Kinderen:
- Helena van Rijswijck, geb. 1580/1590, volgt VII-25.
- Pauwels Marcelis van Rijswijck, geb. 1580/1590, volgt VII-26.
Bronnen:
- 's-Hertogenbosch R1398 fol. 263v, 9-9-1574: Franciscus van Rijswijck, zoon van wijlen Johannes van Rijswijck, had beloofd aan de "Baer van alle zielen" in de st. Jan te betalen een jaarlijke cijns van 20 Carolusguldens en nog een cijns van 20 gulden aan de zusters van st. Elisabeth bij de Tolbrug, uit een hoeve te Helvoirt genaamd "de Zwijnsberch". Zijn zoon Johannes van Rijswijck heeft deze goederen overgedragen aan Paulus Hendricx.
- Grafzerk uit 1612 van Johan van Rijswijck uit de kerk van Langenholzhausen (D), nu tegen de kerkmuur staand, met daarop de 16 kwartieren van
hemzelf en zijn voorouders, waarvan er nog enkele
kwartieren leesbaar zijn.
- 's-Hertogenbosch R1517 fol. 263v, 7-11-1616: Joffr. Anna van Gameren, weduwe van Johannes van Rijswijck de tocht in de helft van een stenen huis, erf, hof en boomgaarden etc. genaamd de Havelsdonck in totaal 150L land te Haaren op Belveren t.b.v. Nicolaes Colve, man van joncfr. Helena van Rijswijck en jonkheer Pauwels Marcelis van Rijswijck, echte kinderen van jonkheer Johan van Rijswijck en joffr. Anna van Gameren. De hele hoeve wordt opgedragen aan mr. Rogier van Griensven, zoals Frans van Rijswijck namens Henrick en Frans zonen van wijlen Henrick Dachverlies op 4-5-1551 had opgedragen aan voorsz. Rogier van Griensven.
- Heusden N3992, 20-10-1617: Procuratie. Anna van Gameren, weduwe van jonker Jan van Rijswijck, geeft haar schoonzoon Nicolaes Colve alle volmachten om haar financiele zaken, in het bijzonder die i.v.m. de tol van Repelmonde te regelen, omdat zij vanwege haar hoge ouderdom niet meer reizen kan.
- 's-Hertogenbosch R1855 fol. 467, 24-4-1618: Scheiding en deling. Joncker Joost de Camons, man en momboir van Hendricxken zijn huisvrouw, dochter van van joncker Gerard zoon van joncker Jan van Gameren, transport hebbende van Anna van Gameren, eerst weduwe van Sijmon Bacx en daarna van joncker Johan van Rijswijck, Jacob Gerardsz. Donck zoon van Jacob Donck en Cornelia van Gameren, Aleijt Thomas dochter van Jan Thomas en Adriana van Gameren, Walraven Havens zoon van heer Dirck Havens zoon van Frans Havens en Adriana van Gameren gaan een erfdeling aan van een hoeve in de Mortel te Udenhout.
- Raad van Brabant inv. 788.410, 7-10-1615: Proces van Tielman Tiers, kleermaker in Middelburg, als gemachtigde van andere crediteuren van Johan van Rijswijk en Anna van Gameren, diens weduwe, contra Johan Bacx, luitenant kurassiers, in garnizoen in Deventer over de betaling schulden van Anna van Gameren, die Bacx' moeder was. Uit dit proces hier een stuk met de namen van de schuldeisers en het vonnis door de Raad. Omdat dit verhaal blijkbaar al in 1609 begonnen is, komt het mij voor dat Johan van Rijswijck alle lange tijd van huis was. De schulden zijn gemaakt door Anna van Gameren en ze had belooft de schulden te betalen uit drie renten die ze te goed had van de Staten van Brabant. In het vonnis wordt beslag gelegd op de renten en andere goederen van Johan Bacx in Brabant totdat hij de schulden heeft afgelost en wordt hij veroordeeld tot het betalen van de kosten van dit proces.
- Raad van Brabant inv. 788.410, 21-2-1619: Procuratie. Johan Bacx benoemt Govart de Bije tot zijn procureur om drie renten die hij geldende heeft op de Staten van Brabant te innen. Govert de Bije wordt benoemd in plaats van Aelbert van Braeckel, zijn vorige procureur die overleden is.
N.B.
Hoewel van deze Jan uit de archiefbronnen niet direct duidelijk wordt wie zijn vader was, lijkt het me plausibel dat zijn vader Frans van Rijswijck was, omdat zijn weduwe Anna van Gameren in 1616 haar helft van de Havelsdonck in Haaren verkocht aan Rogier van Griensven. Op 16-12-1610 had haar schoonzuster Barbara, dochter van Frans van Rijswijck reeds hetzelfde gedaan met de andere helft (zie aldaar).
N.B.
Deze Johan van Rijswijck was (naar mijn mening) de generaal der fortificatiën van wie dr. J. Belonje zich al in de Brabantse Leeuw jrg. 1967 nr. 1 afvroeg wie of hij zou kunnen zijn. Fortificatiemeester Johan van Rijswijck, die eerst gouverneur van de vesting Grave was geweest, werd soms vergezeld door een ritmeester, die hij zijn stiefzoon noemde. Johan was dus gehuwd met een weduwe en deze Jan van Rijswijck is de enige Johan van wie ik dat met zekerheid weet. De ritmeester zou dus Johan Bacx, de zoon van Sijmon Bacx en Anna van Gameren geweest kunnen zijn. Johan van Rijswijck stierf op 25-1-1612 en het lijkt me niet toevallig dat in de jaren na die datum zijn weduwe Anna van Gameren diverse malen in de archieven opduikt
Nog een kleine aanwijzing is dat in 1611 in het graafschap Lippe, waar Johan op dat moment werkte, een vaandrig genaamd Frans van Rijswijck soldaten aan het werven was. Zou dat de broer of een neef (broer Frans had ook een zoon die Frans heette, deze was later kastelein van Hilvarenbeek) van Johan geweest kunnen zijn?
VI - 24
(kind van V-24)
Willem Adriaansz. van Rijswijck, geb. 1530/1540, overl. voor 19-5-1576, tr. Marijke N., waarschijnlijk overl. kort na 19-5-1576.
Uit dit huwelijk geen kinderen.
Bronnen:
- Gorinchem R90 fol. 180, 5-9-1573: De huijsvrouw van Willem van Rijswijck vordert op Gijsbert Claess de Roij voor 70 kar. guld.
- Gorinchem R90 fol. 220, 16-1-1574: Marijken Walravens vordert op Willem van Rijswijck en Maeijken zijn huijsvrouw voor 11 kar. guld.
- Gorinchem R91 fol. 81, 9-2-1574: Willem van Rijswijck als gemachtigde van Adriaen Henricx, drossaert op Louvesteijn, heeft rechtelijk besettinge gedaen op alsulcke goederen als Claes scipper leggende ende besittende heeft tot de fouragie van de vendele van joncheer Adriaen Vijgh.
- Gorinchem R91 fol. 108, april 1574: Willem van Rijswijck als gem. van Adriaen Henricx drossaert op Loevestein, op Claes scip voor LXIII kgl. etc.
- Gorinchem R92 fol. 39v, 19-5-1576: "Maeijken Willem van Rijswijcx weduwe vordert op Rochus Henricxz. voor XVIII kgl. "
- Woudrichem R578 fol. 17v, 17-3-1579: Akkoord tussen Adriaen Goessensz, als man ende voogd van Beatris Petersdochter ter eenre en Andries Vos als gemachtigde van Jenneke Vernoert ter andere zijde betr. de erfdeling van de goederen van wijlen Willem van Rijswijck d.d. 22-8-1577. Willem is dus zonder nakomelingen overleden.