Fragmentgenealogie van het oude geslacht van de "Heeren van Rijswijck"


Met deze fragmentgenealogie ben ik nog druk bezig en er is nog veel werk aan de winkel. Ontleent men gegevens aan deze webpagina dan is het aangeraden om regelmatig te controleren of er wijzigingen hebben plaatsgevonden.

De belangrijkste bron voor de gegevens op deze pagina, het Bossche Protocol, is een volledig, maar moeilijk toegankelijk archief. Omdat het eens drijfnat gered is uit het brandende stadhuis, zijn grote delen nauwelijks tot zeer slecht leesbaar. Bovendien is het tot ca. 1500 geheel en tussen 1500 en 1629 nog voor een groot deel geschreven in het Latijn.
In sommige gevallen moet ik noodgedwongen gebruik maken van een artikel in de Nederlandse Leeuw jrg. 1930 kolom 175 en 176, waarvan ik aanvankelijk dacht dat het zeer onbetrouwbaar was, maar dat zeker in de latere generaties gegevens bevat die exact overeenkomen met bronnen als leenregisters en transportactes.


I. Heijman van Rijswijck, leeft ca. 1250, heer van Rijswijk, tr. NN.
Hieruit bekend:
  1. Heijman van Rijswijck, volgt II.
II. (kind van I)
Heijman Heijmansz. van Rijswijck, ridder, overl. na 29-4-1300, heer van Rijswijk, tr. NN.
Hieruit:
  1. Jan van Rijswijck, geb. voor 1275, volgt III.
  2. Een niet met name bekende zoon
  3. Enige niet met name bekende dochters
Bronnen:
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland, inv. 66 en 67, 29-4-1300: Willem II van Horne, heer van Altena, verzoent zich met de heer van Rijswijk en zijn familie. Jan van Rijswijck en zijn broeder en zusters geven de heer van Altena de halve tienden terug, welke heer Heyman had gekocht. De heer van Altena geeft aan Jan van Rijswijck in onversterfelijk erfleen het dagelijks gerecht van Rijswijk tot tien schellingen toe. Van de boeten boven tien schellingen, welke binnen het gerecht van Rijswijk vervallen, zal de heer van Altena twee derde genieten en de heer van Rijswijck een derde. Voorts zal Jan van Rijswijck zijn huis en enig land van de heer van Altena in leen houden.
  • LRK Holland 51, (XIV) fol.15v: 29-4-1300, De overdracht van een halve tiende grond door heer Heijman de ridder van Rijswijk en Jan, zijn zoon, zoals heer Heijman, vader van heer Heijman de ridder, haar kocht.
III. (kind van II)
Jan van Rijswijck, ridder, heer van Rijswijk, geb. ca. 1270, overl. na 1320, tr. NN
Kind:
  1. Boudewijn van Rijswijck, geb. 1300/10, volgt IV-1.
  2. Willem van Rijswijck, geb. 1300/10, volgt IV-2.
Bronnen: IV-1. (kind van III)
Boudewijn Jansz. van Rijswijck, heer van Rijswijk, geb. ca. 1300/10, tr. NN.
Hieruit bekend:
  1. Ave van Rijswijck, volgt V-1.
IV-2. (kind van III)
Willem Jansz. van Rijswijck, ridder, geb. 1300/10, overl. voor 1374, tr. NN.
Hieruit bekend:
  1. Jan van Rijswijck, geb. 1350/60, volgt V-2.
  2. Margaretha van Rijswijck, geb. 1350/60, volgt V-3.
  3. Agnees van Rijswijck. geb. 1350/60
Bronnen:
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland inv. 220, fol.29v, 26-9-1347: Willem van Rijswijck verzoekt graaf Willem V van Holland namens Willem van Horne om deze te belenen met de heerlijkheid Altena (wordt ingewilligd 21 april 1351 (Archief Altena nr. 35).
  • Frans van Mieris, Groot Charterboek der Graaven van Holland etc. III, 149
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland inv. 226, fol.83v, 3-6-1363: Heer Willem van Rijswijck wordt bij opdracht beleend met zijn bezittingen in Rijswijk.
  • Archief Nassause Domeinraad 44, fol. 71: Jan van Rijswijck wordt beleend met enkele percelen onder Uitwijk, zoals heer Willem van Rijswijk zijn vader.
  • 's-Hertogenbosch R1180 fol. 82, donderdag na Jubilate 1394: "Johannes de Rijswijc filius quondam dominus Willem de Rijswijc miles...." ; Jan van Rijswijc, zoon van wijlen heer Willem van Rijswijck, ridder, draagt op aan heer Henrick, persoon van Ethen ten behoeve van heer Willem van Bucstel, ridder, de helft in de helft van 6 bunder beemd genaampt "Tspapencamp" bij Essendonc in Udenhout. Jan van Rijswijc en Henrick, schout van Ethen hadden deze helft gekocht van Henrick Roeffen van Zulikem.
IV-1. (kind van IV-1)
Ave van Rijswijck, overl. na 1387, tr. Floris van Dalem, zoon van Roelof van Dalem en Beatrix van Duivenvoorde.
Uit dit huwelijk:
  1. Jan van Dalem Florisz., ridder, rentmeester van de heer van Blois.
  2. Jan van Rijswijck Florisz. van Dalem, overl. voor 24-8-1404, heer van Rijswijk, tr. Geertruida van Nispen, dochter van Jan van Nispen.
  3. Roelof van Rijswijck Florisz. van Dalem, heer van Rijswijk. Verkoopt de heerlijkheid op 28-4-1436 aan Glimmer Jansz.
  4. Floris van Rijswijck
Bron:
  • Klooster Het Hollandse Huis inv.1 fol. 128, 1-9-1414: Roelof van Rijswijck genoemd als ambachtsheer van Rijswijk bij de overdracht van 10 morgen land te Hontwijk aan het kartuizer klooster te Geertruidenberg.
V-2. (kind van IV-2)
Jan Willemsz. van Rijswijck, baljuw van Altena, geb. 1340/50, overl. ca. 1415, tr. NN
Hieruit bekend:
  1. Gerrit van Rijswijck, geb. 1370/1380, volgt VI-1.
  2. Jan van Rijswijck, geb. 1370/1380, volgt VI-2.
  3. Willem van Rijswijck, geb. 1370/1380, volgt VI-3.
  4. Albert van Rijswijck, geb. 1380/1400, volgt VI-4.
Bronnen:
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland, inv. nr. 226 fol. 136, 28-10-1374: Albrecht van Beieren beleent Jan van Rijswijck heer Willemszoon met diens bezittingen in Rijswijk.
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland inv. 66, fol.10 en 10v, 7-5-1391: Schout, burgemeesters en schepenen van Woudrichem geven een keur i.v.m. de brand van de stad. Jan van Rijswijck genoemd als baljuw van Altena: "met consent van Jan van Rijswijck onsen baelyu".
  • Klooster Het Hollandse Huis inv.1 fol. 77v, 8-1-1392: Schepenen van Gageldonck oorkonden dat Jan van Rijswijck aan de kartuizers te Geertruidenberg heeft verkocht een stuk land gelegen aan het eind van de Hoge Braken bij Roosendaal
  • Klooster Het Hollandse Huis inv.1 fol. 77, 17-2-1392: Schepenen van Rosendaal oorkonden dat Jan van Rijswijck aan de kartuizers te Geertruidenberg een stuk weiland in Wouters Blok en een stuk land in Cromsair heeft verkocht.
  • 's-Hertogenbosch R1180 fol. 82, donderdag na Jubilate 1394: "Johannes de Rijswijc filius quondam dominus Willem de Rijswijc miles...." ; Jan van Rijswijc, zoon van wijlen heer Willem van Rijswijck, ridder, draagt op aan heer Henrick, persoon van Ethen ten behoeve van heer Willem van Bucstel, ridder, de helft in de helft van 6 bunder beemd genaampt "Tspapencamp" bij Essendonc in Udenhout. Jan van Rijswijc en Henrick, schout van Ethen hadden deze helft gekocht van Henrick Roeffen van Zulikem.
V-3. (kind van IV-2)
Margaretha Willemsdr. van Rijswijck, geb. 1350/60, tr. Zeger Jansz. van Well.
Uit dit huwelijk:
  1. Elisabeth van Well, geb. ca. 1385
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland inv. 66, fol.16 en 16v, 18-5-1389: Zeger van Well Jansz. wordt bij opdracht beleend met 6 morgen land in Rijswijk, met lijftocht voor Margaretha zijn vrouw, dochter van heer Willem van Rijswijck.
VI-1. (kind van V-2)
Gerrit Jansz. van Rijswijck, geb. 1370/1380, Gerritsd. tr. Bertrade van den Roeve, dochter van Jan van den Roeve en NN.
Uit dit huwelijk:
  1. Willem van Rijswijck, geb. ca. 1390
  2. Elisabeth Gerritsd. van Rijswijck, zij huwt Dirck Glimmer Jansz.
Bronnen:
  • Klooster Het Hollandse Huis inv.1 fol. 128, 1-9-1414: Gerrit van Rijswijck genoemd als heemraad van Rijswijk bij de overdracht van 10 morgen land te Hontwijk aan het kartuizer klooster te Geertruidenberg.
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland inv. 230, fol.123v en 124, 4-2-1415: Gerrit van Rijswijck wordt na het overlijden van Jan zijn vader beleend met zijn bezittingen in Rijswijk, met lijftocht voor Bertruda, dochter van Jan van den Roeve, zijn vrouw.
  • Nationaal Archief Den Haag, Graven van Holland inv. nr. 68, fol. 30, In 1417: Na de terugkeer van de souvereiniteit aan de Hornes, wordt Gerrit opnieuw beleend
  • Nationaal Archief, Nassause Domeinraad inv. 7318, Leenboek van der Lek en Polanen, fol. 359, 26-7-1415: Willem Gerijtsz. van Rijswijck wordt beleend met 3½ morgen en nog 7 morgen en 1 hont land.
VI-2. (kind van V-2)
Jan Jansz. van Rijswijck, geb. 1380/1390, overl. na 1455, tr. met Aleidis van den Nuwelant, dochter van Jan Geerlincksz. van den Nuwelant en Luijtgart
Hieruit bekend:
  1. Elisabeth van Rijswijck, geb. ca. 1424/1425, overl eind 1470. Zij trad 1429/1430 in in het Cistercienzerklooster Leeuwenhorst bij Noordwijk en was daar tussen 1460 en 1470 abdis.
  2. Geerlacus van Rijswijck, geb. 1420/1430, vermeld 1448, 1455, 1457, 1479, volgt VII-1.
  3. Luijtgart van Rijswijck, geb. 1430/1440, volgt VII-2.
  4. Gijsbert van Rijswijck, geb. 1430/1440, vermeld 1473 en 1481
  5. Dirk van Rijswijck, geb. 1430/1440, vermeld in R1214 fol. 194
Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1183 fol. 148, 1403: "Johannes filius Johannes de Rijswijc filius quondam dominus Wilhelmi de Rijswijc miles", Jan, zoon van Jan van Rijswijck zoon van wijlen heer Willem van Rijswijck, ridder, Het gaat over goederen in de parochie Oisterwijk ter plaatse genoemd Udenhout in den Essendonc.
  • 's-Hertogenbosch R1204 fol. 239, 1433: Domicella Mechteld, dochter van wijlen Peter -- wijlen Egidius van Nuwelant draagt goederen op aan Jan van Rijswijck, zoon van wijlen Jan van Rijswick zoon van heer Willem van Rijswijck.
  • 's-Hertogenbosch R1190 fol.2v e.v., 1416/1417: Vermeld Jan van Rijswijck en zijn vrouw Aleijt van Nuwelant, dochter van Jan van Nuwelant en joffr. Luijtgart.
  • 's-Hertogenbosch R1197 fol. 131, 29-2-1426: Jacob van Vladeracken een cijns van negen gulden, zogenaamde blauwe guldens of een andere goede waarde, welke cijns Florentius Wiggers en Henric Zegers na een geschil hadden geaccepteerd en die Jacob van Vladderacken moest betalen, draagt hij erfelijk over aan Johannes van Rijswijk met de brieven en belooft onder verband van al zijn goederen hem uit zijn deel schadeloos te houden.
  • 's-Hertogenbosch R1202 fol. 145v, 6-9-1432: Johannes van Rijswijck als man van joffrouw Aleidis, dochter van wijlen Jan van Nuwelant heeft een rente van 9 gouden guldens “Blaeuwe guldens” genoemd, welke rente Florentius Wiggers en Henricus Zegers en hun opvolgers beloofd hadden te betalen op Philippus en Jacobus, apostelen, overgedragen aan Jacobus van Vladeracken, krachtens een vonnis van 12 maart 1419 tussen Florencius en Henricus enerzijds en Jacobus van Vladeracken anderzijds; welke rente Johannes van Rijswijck verkregen had van Jacobus van Vladeracken; en thans overdraagt aan Ricoldus de Borchgreve zoon van wijlen Ricoldus.
  • 's-Hertogenbosch R1206 fol. 38, 20-1-1436: Johannes van Rijswijc zoon van wijlen Johannes zoon van wijlen heer Wilhelmus van Rijswijc, ridder, van de ene zijde; en Theodericus die Borchgreve anderzijds, hebben zich eerzaam gehouden en verklaren zich te verbinden aan het oordeel van meester Gerardus van Vladeracken, doctor in de rechten, Gerardus Snoecx, Petrus van den Scelenvenne (?), en Rudolphus Stricks, over bepaalde zaken, twisten en bevoegdheden, tussen hen en joffrouw Mechteldis, weduwe van Egidius van Nuwelant enerzijds en Ricoldus Borchgreve anderzijds. Zij zullen zich aan het eindoordeel houden.
  • 's-Hertogenbosch R1209 fol. 133v, 14-1-1439: Jan zoon van Jan van Rijswijc zoon van wijlen heer Willem van Rijswijc, ridder, als man van jonkvr. Aleijt van Nuwelant dochter van Jan van Nuwelant, verkoopt landerijen in Geffen aan Dirck die Borchgrave. Geerlinck van Rijswijc zoon van de eerstgenoemde Jan van Rijswijk ziet af van vernadering.
  • 's-Hertogenbosch R1210 fol. 240v, 7-6-1440: Jan van Rijswijc, als man van jonkvr. Aleijt van Nuwelant verkrijgt van Otto van Boetsellaer, weduwnaar van jonkvr. Luijtgart dochter van Jan van Nuwelant samen met Dirck en Ricout zoon van wijlen Rijcout die Borchgreve, erven in Blaerchem, Lommel en Wijntelre.
  • 's-Hertogenbosch R1213 fol. 220v, 6-6-1443: Johannes van Nuwelant zoon van wijlen Gherlacus en Maria, dochter van Johannes van Amstel en van wijlen Elisabeth, dochter van wijlen Gerlacus van Nuwelant, hebben verkocht aan Johannes van Rijswijc zoon van wijlen Johannes van Rijswijc zoon van heer Willem van Rijswijc, ridder, een erfpacht van twee mud rogge Bossche maat, uit twee derde delen, hen toebehorend uit hun allodiale en cijnsgoederen, gelegen te Nuenen. (Deze akte is een vervolgakte op een voorgaande).
  • 's-Hertogenbosch R1213 fol. 287v, 10-5-1443: Johannes van Rijswijc , Johannes en Arnoldus zonen van wijlen Ricoldus die Borchgrave hadden beloofd aan Otto van den Barsselaer (= van den Boetselaer) een lijfrente van 23 Philipsgulden. Otto verklaart nu die lijfrente uitgekeerd gekregen te hebben en hen te vrijwaren.
  • 's-Hertogenbosch R1214 fol. 99, 15-6-1444: : Johannes van Rijswic zoon van wijlen Johannes zoon van wijlen Willem van Rijswic, ridder, heeft beloofd aan Johannes van Boningen, een erfpacht van jaarlijks een mud tarwe uit zijn land gelegen te Lyth en Blaerthem. 15 juni 1444.
  • 's-Hertogenbosch R1214 fol. 194, 4-7-1444: Johannes van Rijswijck zoon van wijlen Johannes van Rijswijck, zoon van wijlen heer Willem van Rijswijck, ridder, heeft een erfpacht van twee mud tarwe Bossche maat uit twee derde delen van een pacht, verkregen door Johannes van Rijswijck van Johannes van Nuwelant en vrouwe Maria door koop verkregen had, verkocht aan zijn broer Derick. In een voorgaande akte is sprake van die pacht en blijkt Maria de dochter te zijn van heer Johannes van Amstel, waarvan een deel wordt verkocht aan Fredericus Michelinck.
  • 's-Hertogenbosch R1216 fol. 287v, 1445/1446: Henric die Hoesche erkent te hebben ontvangen uit handen van Nicolaas de Borchgrave 23 Philipsschilden, die Otto van de Beukelaer moest betalen eind April aan Nicolaas de Borchgreve, Johannnes van Rijswijc en aan de weduwe van wijlen Dirk de Borchgreve.
  • 's-Hertogenbosch R1218 fol. 334v, 21-2-1448: Gerlachus de zoon van Johannes van Rijswic belooft aan ----------- Johannes zoon van wijlen Peter Jansen belooft aan Johannes de Hollander zoon van wijlen Gibonis van Loon 12 --- met Pasen of de waarde daarvan. Gerlacus zoon van Johannes van Rijswic belooft aan zijn vader Johannes 50 Rijders.
  • 's-Hertogenbosch R1225 fol. 345, 9-4-1455: Johannes van Rijswijc bevestigt dat hij heeft ontvangen een erfcijns van 20 schillingen, welke cijns Walterus van Osse verkregen had van Henricus zoon van Yda gezegd Verenyden van Osse, en een cijns van 20 schillingen, welke cijns Walterus van Os verkregen had van Paulus zoon van wijlen Jan van Geffen.
  • 's-Hertogenbosch R1243 fol. 169, 7-10-1473: Hermanus van Bronckhorst heeft alle goederen van Giselbertus van Rijswijc, door Giselbertus aan Hermanus overgedragen, thans overgedragen aan Johannes van Savelberch, rentmeester.
  • 's-Hertogenbosch R1250 fol. 281v, 3-4-1481: Gijsbertus van Rijswijc zoon van wijlen Johannes van Rijswijc en Johannes van Bronckhorst Hermansz. en domicella Adriana van Druthen beloven gezamenlijk aan Johannes Degens zoon van Gerrit 22 schilden met st. Jacobus Apostel volgend jaar. Getuigen Buck en Berck
  • 's-Hertogenbosch R1250 fol. 420, 12-1-1481: Gijsbertus van Rijswijck zoon van wijlen Johannes belooft aan Johannes Dacheus (?) 100 mud haver, de helft op St. Petrus aanstaande en de helft op St. Petrusstoel (St. Petrus ad Cathedram).
  • Voor Elisabeth Jansdr. van Rijswijk zie het boek "Verborgen en geborgen, het Cistercienzerklooester Leeuwenhorst in de Noordwijkse regio (1261-1574)" door Geertruida de Moor uit de reeks Middeleeuwse studies en bronnen, Hilversum Verloren 1994.
VI-3. (kind van V-2)
Willem Jansz. van Rijswijck, geb. 1370/1380, overl. voor 1411, tr. Gudelt van Eijcke, dochter van Jan van Eijcke. Zij was weduwe van Jacobus zoon van Wynricus Screijnmaker
Geen kinderen gevonden.

Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1183 fol. 232, ca. 1403: Willem van Rijswijk gehuwd met Guedelke zijn vrouw, weduwe van wijlen Jacobus zoon van wijlen Wijnricus Screijnmaker een erfelijke pacht van 5 mud rogge, verkocht door wijlen Reinier aan Jasper zoon van Engeland vermeld in schepenbrieven welke pacht nog drie jaar ten achter is. Wilhelmus de Rijswijc echtgenoot van Gudelken zijn huisvrouw, weduwe van wijlen Jacob zoon van wijlen Wijnricus Screijnmaker.
  • 's-Hertogenbosch R1184 fol. 26v, 23-4-1405: Wilhelmus van Rijswijc als echtgenoot van Guedeken, weduwe van wijlen Jacobus zoon van wijlen Wynricus Screijnmaker wordt bevestigd in de helft van een erfpacht van 20 mud rogge Bossche maat, te betalen op Kerstmis, welke pacht was uitgesplitst in een pacht van 6 mud rogge en vier kippen, door Wynricus verkregen van van Jacobus van Michelinck en verdeeld geërfd door Guedeken, zoals in (schepen-)brieven is bevestigd. Uit deze pacht heeft Wilhelmus nu een pacht van 1 ½ mud overgedragen aan Wynkinus wijlen Screynmakers.
  • 's-Hertogenbosch R1185 fol. 84v, 1407: Willem van Rijswijc een erfelijke pacht van een mud rogge te vergelden op het feest van Kerstmis door Wijnric Screijnmaker beschreven in schepenboeken aan Johannes de zoon van wijlen Arnold van Engelant
  • 's-Hertogenbosch R1185 fol. 286, 1407: Willem van Rijswijc en Nicolaas van Brakel beloven onverdeeld onder verband van al hun goederen aan Willem Bac, zoon van wijlen Matheus van de Molengrave 80 nieuwe Gelderse guldens of een andere goede waarde in Groten Vlaams of andere vergelijkbare waarde gerekend voor schepenen Dicbier en Hoernken.
  • 's-Hertogenbosch R1186 fol. 167, 1408/1410: Willem van Rijswijc zoon van Johannes van Rijswijc en Wilhelmus Wege zoon van Goeswinus beloven gezamenlijk onder verband van al hun goederen ten behoeve van genoemde altaar 50 franse kronen met Remigius eerstkomende.
  • 's-Hertogenbosch R1187 fol. 336, 12-2-1411:Willem zoon van wijlen Willem zoon van wijlen Arnold Tielkens wettige man van Gudela zijn vrouw dochter van wijlen Johannes van Eijck weduwe van wijlen Willem van Rijswijc bezit een huis met aanhorigheden van genoemde wijlen Johannes van Eijck gelegen in den Bosch aan de Vughterdijk tussen het erf van Gerrit ---------- aan een zijde en het erf van Rudolf Polslauwer aan de andere zijde, welk huis en aanhorigheden genoemde Johannes van Eijck gekocht had van Ghibonus Neve alias genoemd van Eijck hem overgeërfd van Johannes van Breda volgens schepenbrieven ------- en verkoopt dit aan Gerrit zoon van wijlen Nicolaas van Breda etc.
    Genoemde Gerrit belooft aan Willem en Gudela een erfelijke cijns van 8 guldens te betalen met Kerstmis de eerste helft en met Pasen het tweede deel. Genoemde Gerrit belooft aan genoemde Willem 44 Franse kronen of andere goede waarde met Pasen en volgende jaren.
  • 's-Hertogenbosch R1212 fol. 273v, 3-1-1442: Johannes van Rijswijc, zoon van wijlen Johannes van Rijswijc belooft onder verband van al zijn goederen te geven en te betalen aan Guedelde van Eijck in volgende jaren met st. Jans geboorte gedurende twee jaren -- rijnsche guldens met een waarde van 20 stuivers of andere goede waarde op St.Jans geboorte eerstkomende.
VI-4. (kind van V-2)
Albert van Rijswijck, geb. 1380/1400.
Van Albert van Rijswijck heb ik nog geen huwelijk en nakomelingen gevonden.

Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1206 fol. 260, 1436: Aelbertus de zoon van wijlen Johan van Rijswijk belooft onder verband van al zijn goederen aan Ard Rover, de zoon van Lambert Beerze van Schijndel 46 Peters of andere goede waarde en 25 nieuwe schilden in volgende jaren.
  • 's-Hertogenbosch R1207 fol. 236v, 1437: "Albertus filius quondam Johannes de Rijswijc..." Albertus zoon van wijlen Johannes van Rijswijck belooft Nicolaas Lobbe binnen 2 jaar 20 Arnoldusguldens te betalen.
  • 's-Hertogenbosch R1209 fol. 369v, 17-6-1439: Albertus zoon van wijlen Johannes van Rijswijc beloofde aan Nycolaus Lobbe binnen twee jaar tien ponden betaling en 20 Arnoldusgulden. Nycolaus verklaart thans betaald en voldaan te zijn.
  • 's-Hertogenbosch R1210 fol. 394, 7-6-1440: Johan van den Hoernic, zoon van wijlen Mathias Scoteldreger belooft Albertus zoon van wijlen johannes van Rijswijc 45 "Peters"guldens te betalen.
  • 's-Hertogenbosch R1211 fol. 246, 20-1-1441: Aelbert zoon van wijlen Johannes van Rijswijck belooft Nicolaas Lobbe 48 Arnoldusguldens.
  • 's-Hertogenbosch R1215 fol. 262, 15-6-1445: Arnoldus Rover zoon van wijlen Lambertus van Beerze van Scynle, Johannes zoon van wijlen Gibo Yden, Albertus zoon van wijlen Johannes van Rijswijc, Wilhelmus zoon van wijlen Johannes van Meyensvoirt, hebben beloofd aan Arnoldus van Baest (kanunnik en scholaster van de St. Paulus te Luik) 120 gulden.
  • 's-Hertogenbosch R1216 fol. 348, 7-7-1445: Aelbertus de zoon van wijlen Johannes van Rijswijc, Johannes zoon van Ghibonis Rijcoutssoen, Henric van der Wande, Arnold van Zochel, Willem, zoon van wijlen Franconis van Esch, en Herman Junior zoon van Corstiaan van den Hoevel en Willem van den Dijc, natuurlijke zoon van wijlen Johannes van den Dijc beloven onverdeeld en gezamenlijk te betalen aan Ghita ( Geetruida Beertken van der Velde?) 110 guldens. Getuigen Monix en Julian.
  • 's-Hertogenbosch R1218 fol. 358, 1547/1548: Johannes Wijtlinc zoon van wijlen Johannes Wijtlinc, Daniel zoon van wijlen Johannes van der Aa, Johannes zoon van wijlen Rudolph die Rover van den Bosch, Henric zoon van Henric van den Hoevel, Aelbert zoon van wijlen Johan van Rijswijck, Gregrius zoon van wijlen Johannes Rademakers en Herman Junior zoon van wijlen Corstiaan van den Hoevel beloven gezamenlijk en onverdeeld aan Heer Willem 33 Arnhemse guldens
  • 's-Hertogenbosch R1220 fol. 221v, 29-4-1450 (5 dagen nadat men zingt Jubilate, dat is dus rond pasen): Mathias van de Hoernic zoon van wijlen Johannes in afwezigheid van Hadewich dochter van wijlen Ghita ( Geertruida?) dochter van wijlen Henric Corstiaans belooft een erfelijke pacht van een half mud rogge van de maat van den Bosch te gelden en te betalen in den Bosch aan Hadewich namens Aelbert zoon van wijlen Johannes van Rijswijc, zoals hij zeide, en belooft genoemde Aelbert schadeloos te houden. Getuigen Haeck en Bever.
VII-1. (kind van VI-2)
Geerlacus (ook Geerlinck of Geerlof) Jansz. van Rijswijck, geb. 1420/1430, overl. voor 9-10-1507, tr. met Elisabeth van Mulsel, ook van Bucstel, dochter van Gerit van Mulsel (van Bucstel) en Elisabeth Jansdr. van Best (Zij was dochter van Gielis van Ghele, zoon van Jan van Hees).
Kinderen:
  1. Gerard van Rijswijck, geb. 1440/1450, vermeld 1478, 1491, 1498, volgt VIII-1.
  2. Elisabeth van Rijswijck, geb. 1450/1460, overl. 12-3-1503. Zij trad 1459/1460 in in het Cistercienzerklooster Leeuwenhorst bij Noordwijk. Haar vader Geerlof betaalde 39 pond en 4 schellingen.
  3. Johannes van Rijswijck, geb. 1450/1460
  4. Bartholomeuske van Rijswijck, geb. 1450/1460, volgt VIII-2.
  5. Geerlacus van Rijswijck, geb. 1450/1460, vermeld 1491.
  6. N.N. van Rijswijck. geb. 1467/1468, overl. voor 1488. Zij trad 1468/1469 als 1 jarige in in het Cistercienzerklooster Leeuwenhorst bij Noordwijk. Haar vader Geerlof betaalde 40 pond.
N.B. Mulsel is een toponiem in de parochie van Boxtel: "een mansus in de parochie Bucstel ter plaatse Mulsel" De personen met de naam van Mulsel komen ook voor onder de naam van Bucstel.

Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1220 fol. 269, 21-11-1449: Heer Otto van Puyflijck ridder, belooft onder verband van al zijn goederen aan Jonker Gerlach, zoon van wijlen Johannes van Rijswijc 14 Postulaatsguldens of andere waarde met lichtmis eerstkomende te betalen. Getuigen Boest en Haeck.
  • 's-Hertogenbosch R1224 fol. 212, nov. 1453: Gerlacus de zoon van Johannes van Rijswijk als man en voogd van Elisabeth zijn huisvrouw dochter van wijlen Gerardus, zoon van wijlen Gerardus van Boxtel zoon van Heer Gerardus van Boxtel verscheidene roerende en onroerende goederen hen aangekomen bij dode van genoemde wijlen Gerard en wijlen Elizabeth, toen zij leefden van ----- hun bloedverwant, dochter wijlen Johan van Best hun erfgenaam, en dragen die goederen over aan Herbert Hals, zoon van Rudolph Hals.
    Volgt nog een stukje acte waarin Gerard en Johannes, gebroeders en Bartholomeeusken hun zuster, kinderen van genoemde Geerlacus en bloedverwanten van genoemde Herbert Hals, een jaarlijke en erfelijke pacht krijgen van 2 lopen rogge Oirschotse maat met lichtmis te betalen uit goederen gelegen in Oirschot aan het Gunterslaer tussen het erf van Johannes van Helmont etc etc.
  • Eindhoven, Collectie fam. Spoor inv. 331, 9-3-1453: Oorkonde van schepenen van ‘s-Hertogenbosch waarbij Gerardus, zoon van wijlen Gerardus, zoon van wijlen Gerardus van Bucstel, zoon van wijlen heer Gerardus van Bucstel, en Herbertus Hals, man en voogd van Eva, zijn echtgenote, dochter van de tweede genoemde wijlen Gerardus heeft overgedragen aan Johannes en Bartholomeus, kinderen van de twee genoemde wijlen Gerardus drie vijfde deel van een hoeve (mansus) van genoemde wijlen Gerardus, gelegen in de parochie Bucstel ter plaatse Mulsel.
  • 's-Hertogenbosch R1225 fol. 128v, 9-4-1455: Rycoldus die Borchgreve en Gerlacus zoon van Johannes van Rijswijc beloven aan joffrouw Margaretha (?) weduwe van wijlen Theodericus die Borchgreve 232 schillingen, Peters genoemd, en terug te betalen binnen zes jaar.
  • 's-Hertogenbosch R1225 fol. 345, 9-4-1455: Johannes van Ryswyc bevestigt dat hij heeft ontvangen een erfcijns van 20 schillingen, welke cijns Walterus van Osse verkregen had van Henricus zoon van Yda gezegd Verenyden van Osse, en een cijns van 20 schillingen, welke cijns Walterus van Os verkregen had van Paulus zoon van wijlen Jan van Geffen.
  • 's-Hertogenbosch R1227 fol. 357, 1456/57: Geerlacus Jansz. van Rijswijck en Henrick Loef zoon van wijlen Wynant Loef (getrouwd met Jenneke Henrick van Nuwelant) hebben opgedragen aan Jan Marten Smeeds een pacht van tien mud rogge Eindhovense maat, te leveren op Maria Lichtmis, uit een vierde van de Oude Tienden van Gestel bij Eindhoven en uit de tienden te Blaerthem en uit de tiendgoederen van Geerlinck van Blaerthem.
  • 's-Hertogenbosch R1227 fol. 480, 18-1-1457: Johannes Smeeds zoon van wijlen Martinus heeft beloofd aan Gerlacus van Rijswijck zoon van Johannes, 5 mud rogge Eindhovense maat, te leveren voor het einde van het jaar; en 5 mud rogge Eindhovense maat en 150 schillingen, Peters genoemd, te betalen binnen twee jaar; en de laatste roggepacht te leveren in St. Lambertus Blaerthem
  • 's-Hertogenbosch R1230 fol. 125v, 29-8-1460: Ricoldus zoon van wijlen Dirck de Borchgreve, uit het huwelijk van wijlen Dirck en domicella Margeretha zijn huisvrouw, dochter van wijlen Arnold Houtappel tezamen verwekt, erkent ontvangen te hebben van domicella Margaretha zijn moeder het huis waarin Dirck is gestorven, en waarvan domicella Margaretha het vruchtgebruik heeft, daarbij nog een erfelijke pacht van 7½ mud rogge Blaerthemse maat, welke de kinderen van Margareta en Dirck verkocht hadden aan Ricold de Borchgrave, zoon van genoemde Dirck en aan Gerlach van Rijswijk, zoals zij zeiden.
  • 's-Hertogenbosch R1231 fol. 131v, 9-12-1461: Gerardus en Johannes gebroeders, kinderen van wijlen Gerardus genaamd van Mulsen uit het huwelijk van wijlen Gerardus en wijlen Elisabeth zijn vrouw, dochter van Johan van Best, samen verwekt, Gerlacus, genoemd van Rijswijc, als man en voogd van Elisabeth zijn huisvrouw, zoals hij zei en Herbert Hals als man en voogd van Eva zijn huisvrouw dochter van genoemde wijlen Gerardus en Elisabeth, diverse goederen die Elisabeth na dode van wijlen Johannes genoemd Stempel en wijlen Elisabeth zijn vrouw , zuster van Mechtildis weduwe van wijlen Jacobus van Oisterwijc bij versterf is aangekomen en op verschillende plaatsen gelegen, dragen dit over aan Katharina en Jacoba gezusters, kinderen van wijlen Egidius Geel, voor schepenen in den Bosch en beloven onverdeeld en gezamenlijk hun en alle erfgenamen schadeloos te houden.
  • 's-Hertogenbosch R1247 fol. 229, 11-12-1477: : Heer Johannes van den Arennest, priester, ook namens Gerardus van Catwijck, meester Johannes van Vladeracken, zoon van Matheus van Vladeracken, Gerardus van Vladeracken zoon van Arnoldus van Vladeracken, voor hem en voor zijn zuster Alverarde van Vladeracken, Godefridus van den Broeck zoon van wijlen Godefridus van den Broeck, voor hem zelf en voor Johannes van den Broeck, Jacobus van den Meerendonck, voor hem zelf en voor Elisabeth zijn moeder, Herbertus Hals als man van Eva dochter van wijlen Gerardus van Mulsen, en Johannes zoon van gezegde wijlen Gerardus van Mulsen, voor hem en voor Geerlacus van Rijswijck als man en voogd van zijn vrouw Elysabeth, dochter van wijlen Gerardus van Mulsel, hebben overgedragen aan Woltherus van Essche (pannicida=lakenscheerder) zoon van wijlen Andreas, een erfpacht van tien sester tarwe Bossche maat, uit een huis, hof en erf te Oisterwijk, ter plaatse genaamd Udenhout, op de Sess Hoeven, en andere percelen te Udenhout, welke pacht Lambertus van Doerne zoon van Christianus ten behoeve van Arnoldus zoon van wijlen Engbertus zoon van wijlen Jacobus Avensoen van Bartholomeus zoon van wijlen Henricus Stevens verkregen had. 10 december 1476.
  • 's-Hertogenbosch R1248 fol. 220, 26-7-1479: Een oorkonde betreffende de familie Van Nuwelant. In de marge staat: Een copie van deze akte zal worden gegeven aan Gerlacus Janss van Rijswijck.
  • 's-Hertogenbosch R1249 fol. 202, 4-3-1480: Herbertus Hals als man van Eva Gerardi van Mulsel draagt over aan Geerlacus Johannes van Rijswijck als echtgenoot van Elisabeth van Mulsel een erfpacht van 1 mud rogge, 1/6 deel van de erfthijs uit bovengenoemde erfdeling en 1/4 deel in 20L rogge.
  • 's-Hertogenbosch R1260 fol. 252v, 5-5-1491: Gerlacus van Rijswijck geeft aan de stadssecretaris volmacht juridisch op te treden voor zijn zoon Gerlacus van Rijswijck tot aan wederopzegging.
  • 's-Hertogenbosch R1269 fol. 290v, 3-6-1501: Geerlacus Jansz. van Rijswijck draagt goederen te Nulant en Geffen over aan Johannes van Zuermont Willemsz. en Bartholomea zijn huisvrouw tot ondersteuning van hun huwelijk.
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 7v, 2-11-1507: Jonkvrouw Elisabeth weduwe van Gerlach van Rijswijck met haar voogd het vruchtgebruik van de helft van een huis in de parochie van Blaarthem dat Gerard de zoon van genoemde Elisabeth na de dood van Gerlach erfelijk is aangekomen en welk Elisabeth na de dood van Gerlach overdraagt aan Gerard met de schepenbrieven en belooft hem schadeloos te houden uit haar deel.
    Genoemde Gerard verkoopt aan Arnold zoon van wijlen Magister ------------ junior een erfelijke cijns van zes guldens van 20 stuivers of andere goede waarde.
  • Voor Elisabeth Geerlofsdr. en haar zuster N.N.. van Rijswijk zie het boek "Verborgen en geborgen, het Cistercienzerklooester Leeuwenhorst in de Noordwijkse regio (1261-1574)" door Geertruida de Moor uit de reeks Middeleeuwse studies en bronnen, Hilversum Verloren 1994.
VII-2. (kind van VI-1)
Luijtgart Jansdr. van Rijswijck, geb. 1430/1440, tr, met Hendrick van Donckelsvoirt, zoon van Goijaert van Donckelsvoirt en NN.
Kind:
  1. Jenneke van Donckelsvoirt, geb. ca. 1460. Zij was gehuwd met Gijsbert Aertsz. van Hulst.
Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1226 fol. 345v, 28-4-1456: Oda, weduwe van Jan de Backer, dochter van Bartholomeus van Meerlair met haar voogd hebben gegeven en betaald aan Luijtgard, dochter van wijlen Jan van Rijswijck een jaarlijkse en erfelijke pacht op een huis en erf in 's-Hertogenbosch over de brug genaamd de Zwengelbrug
  • 's-Hertogenbosch R1232 fol. 238v, 1462: Henricus zoon van wijlen Goyaert van Donckelsvoort als man en tutor van Luijtgard zijn vrouw, dochter van wijlen Jan van Rijswijck een jaarlijkse en erfelijke pacht 12 mud rogge welke pacht Oda had betaald aan Luijtgard, dochter van wijlen Jan van Rijswijck.
VIII-1. (kind van VII-1)
Gerard Geerlincksz. van Rijswijck, geb. 1440/1450, vermeld tot juli 1508, tr. NN.
Kind:
  1. Elisabeth van Rijswijck, geb. 1470/1480, volgt IX-1.
  2. Emond van Rijswijck, geb. 1470/1480. Volgens R1277 fol. 171 was hij al in 1507 overleden en had hij twee zonen: Gerlach en Adriaan.
Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1247 fol. 263v, 1477/1478: Geradus zoon Gerlacus van Rijswijc in afwezigheid van Gerardus zoon van Jacobus Gerritsz. van den Dungen belooft een erfelijke cijns van 6 nieuwe guldens over gedragen aan Heer Magister Willem van den Bosch ten behoeve van Gerit de zoon van Jacob Gerritsz. zoon van Johannes van Mulsen zoon van wijlen Gerrit beloofd volgens schepenrbrieven.
  • 's-Hertogenbosch R1266 fol. 197, 1497/1498: Gerardus zoon van Gerlachus van Rijswijk belooft onder verband van al zijn goederen aan Daniel van der Ameijden 5 mud rogge Ierselse maat, de helft met Remigius en de de helft met Lichtmis eerstkomenende.
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 171, 28-8-1507: Jonkvrouw Bartholomea, weduwe van wijlen Johannes Zuermont heeft opgedragen en overgegeven aan Robertus Baekterwijck, priester, voor hem en ten behoeven van Gerlach en Adriaen, zonen van wijlen Emond Gerardsz van Rijswijck, Wilhelmus Roevers ---------- Getuigen Kuyst en Brocken
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 7v, 2-11-1507: Jonkvrouw Elisabeth weduwe van Gerlach van Rijswijck met haar voogd het vruchtgebruik van de helft van een huis in de parochie van Blaarthem dat Gerard de zoon van genoemde Elisabeth na de dood van Gerlach erfelijk is aangekomen en welk Elisabeth na de dood van Gerlach overdraagt aan Gerard met de schepenbrieven en belooft hem schadeloos te houden uit haar deel.
    Genoemde Gerard verkoopt aan Arnold zoon van wijlen Magister ------------ junior een erfelijke cijns van zes guldens van 20 stuivers of andere goede waarde.
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 35v, 14-2-1508: Gerardus zoon van wijlen Gerlacus van Rijswijck heeft verkocht aan meester Egidius zoon van Johannes van Weghe een erfcijns van 5 gouden guldens uit een weiland genaam die Vloe in de parochie van Blaerthem tussen mr. Godefridus van Eijck, Elisabeth weduwe van Paulus van de Venne, en grenzend aan de Gender.
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 335, 5-6-1508: Gerardus, gezegd van Rijswijck, zoon van wijlen Geerlacus van Rijswijck, draagt op aan mr. Egidius, zoon van wijlen Jan van Weghe een cijns uit goederen te Blaerthem.
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 153, 18-7-1508: : Gerardus van Rijswijck zoon van wijlen Gerlacus van Rijswijck heeft verkocht aan Johannes van Erp zoon van Johannes, en aan Katharina dochter van wijlen Gerardus van der Heijden en aan Aleijdis dochter van genoemde Gerardus van der Heijden, weduwe van Henricus van Aerle, allen als voogden van de kinderen van Wilhelmus Weijgerganck en van diens vrouw Heijlwig dochter van Gerardus van der Heijden, en erfcijns van 7 ½ rijnsgulden, uit percelen te Blaerthem (niet met name genoemd) met afbetalingsvoorstellen.
  • 's-Hertogenbosch R1284 fol. 524v, 10-9-1514: Gerardus van Rijswijck, zoon van Geelacus heeft wettelijk en erfelijk verkocht aan Goswinus zoon van wijlen Goeswijn van Rethien een jaarlijkse en erfelijke cijns van 17 gouden Philippusguldens uit een stuk land genaamd De Gemeijndt in de parochie van Blaerthem belend Godefried van Eijck aan het ene eind en Peter de Borchgrave aan het andere.
VIII-2. (kind van VII-1)
Bartholomea Geerlincksdr. van Rijswijck, geb. 1460/1470, tr. met Jan Zuermont, overl. voor 28-8-1507, zoon van Willem Zuermont en NN.
Hieruit bekend:
  1. Jan Zuermont, geb. ca. 1490/1507, overl. voor 5-1-1558.
  2. Jasper Zuermont, geb. ca. 1490/1507
  3. Elisabeth Zuermont, geb. ca. 1490/1507
  4. Aelbert Zuermont, geb. ca. 1490/1507, overl. voor 5-1-1558.
  5. Willem Zuermont, geb. ca. 1490/1507
Bron:
  • 's-Hertogenbosch R1269 fol. 290v, 3-6-1501: Geerlacus de Rijswijck, filius qd. Johannes de Rijswijck draagt over aan Johannes Zuermont Willemsz.en Bartholomea zijn vrouw een pacht te Nuland en Geffen tot nakoming van een overeenkomst gesloten voor het aangaan van hun huwelijk.
  • 's-Hertogenbosch R1277 fol. 171, 28-8-1507: Jonkvrouw Bartholomea, weduwe van wijlen Johannes Zuermont heeft opgedragen en overgegeven aan Robertus Baekterwijck, priester, voor hem en ten behoeven van Gerlach en Adriaen, zonen van wijlen Emond Gerardsz van Rijswijck, Wilhelmus Roevers ---------- Getuigen Kuyst en Brocken
  • 's-Hertogenbosch R1280 fol. 91v, 20-2-1510: Johannes zoon van Nicolaas Leijten, erfgenaam, verkoopt aan jonkvrouw Bartholomea, dochter wijlen Geerlacus van Rijswijck, weduwe van wijlen Johannes Zuermont, zoon van wijlen Willem Zuermont een chijns uit een huis en erf staande te Oerle. In de marge: Jonker Reinier Suermont verklaart de chijns in zijn handen afgelost 11-9-1589.
  • 's-Hertogenbosch R1845 fol. 274, 5-1-1558: Scheiding en deling. Jasper, zoon van Jan Zuermont bij wijlen Bartholomeuske zijn huisvrouw, dochter van wijlen Geerlincx van Rijswijck; Willem van Chenu, man en momboir van Anna van Aelsfoirt, dochter van Goossen van Aelsfoirt bij Elisabeth zijn huisvrouw, dochter van Jan en Bartholmeuske voorsz.; Adriaen, Jan, Bartholomeus en Reijntgen, onmondige kinderen van wijlen Aelbert Zuermont bij wijlen Esabella zijn huisvrouw, dochter van Reijner Creijlt en Jacob, zoon van Willem Zuermont en Mechteld zijn huisvrouw, dochter van Cornelis van Dongen en de laatsten ook in naam van hun kinderen, gaan een erfdeling aan van de goederen van wijlen Jan, zoon van Jan Zuermont bij Bartholomeuske voorsz. verwekt. Verdeeld worden pachten en chijnsen te Veghel en Lieshout.
  • Taxandria jaargang 21 blz. 36: Het geslacht Zuermont. Hierin wordt met name genoemd de vrouw van Geerlacus van Rijswijck.
IX-1. (kind van VIII-1)
Elisabeth Gerardsdr. van Rijswijck, geb. 1470/1480, geb. tr. Walraven Dachverlies, vermeld in 1509, schepen van 's-Hertogenbosch (1521, 1522), overl. vóór 1530, zoon van Jan Dachverlies en Goeswina van Varick.
Kinderen:
  1. Johannes Dachverlies, geb. ca. 1510
  2. Geerlacus Dachverlies, geb. ca. 1510
Bronnen:
  • 's-Hertogenbosch R1272 fol. 397, 1-7-1503: Domicella Elisabeth de Rijswijck geeft aan Geerlacus die Roever...?. Verder heb ik geen idee waar het over gaat.
  • 's-Hertogenbosch R1314 fol. 300, 20-2-1530: Alsoe zekere questien ende differenten opgeresen zijn geweest nae der doot jonkvrouw Goeswina wedue wilner Jan Dachverlies tusschen Henricken soon wilner Jans Dachverlies voorsz. ter eenre ende joncfrouwe Anna van Bemmel, dochter wilner Jans van Bemmel, van denselve Jannes ende joffrouwe Margriet sijne huijsvrouw, dochter wilner Jans Dachverlies voirsz. ter anderen zijde . Ende joncffrouw Lijsbet wedue wilner Walraven soen wilner Jans Dachverlies, dochter Gerits van Rijswijck ende denselven Gerits van Rijswijck ende denselve Gerit met hair ende name ende vanwege van heuren kijnderen bij haer ende voirgen. Walraven wettelic verweckt ter dorden zijde, aengaende allen de verstorven gueden bij den voorsz. Jannen Gachverlies ende joffr. Goeswine sijne huijsvr. dochter wilner Henrick van Varick achtergelaten, etc. etc. Zij bevestigen een overeenkomst met elkaar aangegaan te zijn.
  • 's-Hertogenbosch R1314 fol. 40v, 20-2-1530: Gerardus, zoon wijlen Peter van Eijck, zoon van wijlen Gerardus van Eijck, erfgenaam, verkoopt en draagt over een chijns uit een huis te Rixtel ten behoeve van Johannes en Geerlacus, onmondige zonen van wijlen Walraven Dachverlies, zoon van wijlen Johannes Dachverlies door dezelve wijlen Walraven en jonkvrouw Elisabeth zijn huisvrouw, dochter van Gerardus van Rijswijck verwekt, beide gelijke erfgenamen.
  • 's-Hertogenbosch R1314 fol. 216, 15-7-1530: Vanwegen Gerarts van Rijswijck ende joncffrouwe Lijsbeth van Rijswijck henre dochter grootvaders ende moeder van Jannen ende Geerlijcken Dachverlijes, wettige kijnderen wijlen Walravens Dachverlijes, onbejaart, wetende te kennen is geweest bij suplicacie inhoudende hoe dat bij aflijvigheijt van wijlen joncffrouwe Goeswijns van Varick wijlen Jans Dachverlijes moeder van de voornoemde Walraven ende van Henricken Dachverlijes brueder van de voirsz. Walraven de kweste aangaande de nalatenschap bedacht.
  • 's-Hertogenbosch R1314 fol. 44, 3-10-1530: Theodorus van Os, zoon van wijlen Johannis van Os, verkoopt aan Hendrik Dachverlies ten behoeve van Johannes en Geerlacus, onmondige zonen van wijlen Walraven Dachverlies, zoon van wijlen Johannes Dachverlies, door deselve Walraven en jkvr. Elisabeth, zijn huisvrouw, dochter van Gerardus van Rijswijck verwekt, een chijns uit een onroerend goed te Rosmalen.